ECLI:NL:RBDOR:2003:AM5490
Rechtbank Dordrecht
- Raadkamer
- K.H.J. Puite
- C.B.M. Bruens
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging en niet-ontvankelijkheid vordering hervatting gevangenhouding verdachte
De officier van justitie verzocht de rechtbank om de gevangenhouding van verdachte te verlengen of te hervatten naar aanleiding van nieuwe onderzoeksresultaten uit een aanvullend proces-verbaal. Verdachte was eerder op 29 juli 2003 in vrijheid gesteld wegens het einde van het onderzoek. De rechtbank nam kennis van het strafdossier en hoorde beide partijen.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet ontvankelijk was in de vordering tot hervatting van de gevangenhouding, omdat er geen gerechtelijk bevel tot opheffing van de gevangenhouding was geweest. De termijn waarvoor het bevel tot gevangenhouding was verleend, was bovendien verstreken sinds 6 augustus 2003, waardoor verlenging niet mogelijk was.
De feiten ten laste van verdachte betreffen onder meer ontuchtige handelingen met minderjarigen, verspreiding van seksuele afbeeldingen van minderjarigen en overtredingen van de Opiumwet. De rechtbank concludeerde dat de vordering tot verlenging van de gevangenhouding moest worden afgewezen en de officier van justitie niet ontvankelijk verklaard in de vordering tot hervatting van de gevangenhouding.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de gevangenhouding af en verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vordering tot hervatting van de gevangenhouding.