ECLI:NL:RBDOR:2003:AH8833
Rechtbank Dordrecht
- Raadkamer
- C.B.M. Bruens
- T.F. van der Lugt
- A.P. Hameete
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens ontbreken belang bij onthouding processtukken
In deze zaak diende verdachte een bezwaarschrift in op grond van artikel 32 Wetboek Pro van Strafvordering tegen de onthouding van kennisneming van bepaalde processtukken (AH 01 tot en met AH 04). Deze stukken waren aanvankelijk door het openbaar ministerie en de rechter-commissaris onthouden vanwege het onderzoeksbelang.
Na verloop van tijd zijn de processtukken alsnog aan de verdediging verstrekt. Verdachte handhaafde zijn bezwaarschrift met het oog op het verkrijgen van een rechtsoordeel over de vraag of de aanvankelijke onthouding van kennisneming een schending van een procesrechtelijk beginsel vormde.
De rechtbank oordeelde dat het enkel verkrijgen van een rechtsoordeel over een dergelijke vraag geen belang vormt waarop de bezwaarschriftenprocedure gericht is. Nu de stukken inmiddels zijn verstrekt, ontbreekt het verdachte aan belang bij het bezwaarschrift.
De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift daarom niet-ontvankelijk en verwees naar de mogelijkheid om dergelijke procesrechtelijke vragen voor te leggen aan de zittingsrechter op grond van artikel 359a Wetboek van Strafvordering.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer te Dordrecht op 25 juni 2003.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaarschrift wegens het ontbreken van belang.