ECLI:NL:RBDOR:2003:AH8750
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.F. van der Lugt
- C.M. van Esch
- M.J.A. Plaisier
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs verkrachting en ontucht
De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting en ontucht jegens zijn pleegzoon. De officier van justitie vorderde veroordeling, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De benadeelde partij vorderde smartengeld, maar werd niet-ontvankelijk verklaard.
Tijdens de terechtzitting bleek dat het bewijs uitsluitend bestond uit verklaringen van de aangever en getuigen die hun informatie van de aangever hadden ontvangen ('de auditu'-verklaringen). Deze verklaringen waren op belangrijke punten inconsistent en bevatten onvoldoende concrete details. Zo waren er tegenstrijdigheden over de mate van dwang en de aard van seksuele handelingen. Ook getuigenverklaringen ondersteunden de beschuldigingen niet overtuigend.
De rechtbank overwoog dat ondanks een mogelijk afwijkende relatie tussen verdachte en pleegzoon, het bewijs onvoldoende was om de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend vast te stellen. Verdachte ontkende de beschuldigingen steeds krachtig. De rechtbank sprak verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding, met veroordeling in de kosten.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting en ontucht.