ECLI:NL:RBDOR:2001:AB2533
Rechtbank Dordrecht
- Cassatie
- C.G. ter Veer
- M.M. Moolenburgh-Pelser
- F.W. van Lottum
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid rechter
Op 28 juni 2001 diende de raadsman van de verdachte een verzoek tot wraking in tegen de strafkamer bestaande uit mr. N.J.C. van Spronssen, mr. H.A.C. Smid en mr. I.M. Koopmans. De verdachte stelde dat deze strafkamer niet onbevooroordeeld zou zijn vanwege eerdere uitspraken in zaken tegen medeverdachten waarin medeplegen van oplichting was bewezen verklaard.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld en de standpunten van zowel de raadsman van de verdachte als de officier van justitie gehoord. De strafkamer wiens wraking werd verzocht wenste niet te worden gehoord.
Hoewel in beginsel eerdere uitspraken tegen medeverdachten niet automatisch leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid, oordeelde de rechtbank dat in dit specifieke geval de strafkamer in haar strafmaatmotivering uitgebreid inging op de rol van de verzoekster en haar naam veelvuldig voorkwam in de bewezenverklaring. Dit wekte bij verzoekster de indruk van vooringenomenheid.
Daarom achtte de rechtbank de vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd en wees het wrakingsverzoek toe. De strafkamer werd vervangen en de zaak wordt voortgezet op 14 september 2001 om 09:00 uur in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de strafkamer.