De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop voor het realiseren van vijf trekkershutten, maximaal 25 kampeerplaatsen, een nieuw bedrijfsgebouw met receptie en campingwinkel, en het geven van workshops in relatie tot agrarisch natuurbeheer.
Verzoeker, woonachtig op circa 95 meter afstand, betoogt onder meer dat het plan het woon- en leefklimaat schaadt door toegenomen verkeer, verlies van uitzicht, onvoldoende landschappelijke inpassing en strijd met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter beoordeelt of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of onverwijlde spoed bestaat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het plan, ondanks strijdigheden met het bestemmingsplan, voldoet aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De vermeende nadelige gevolgen zijn onvoldoende concreet onderbouwd en de alternatieven bieden geen gelijkwaardig resultaat met minder bezwaren.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en schorst het bestreden besluit niet. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.H. van den Ende op 17 april 2026.