Op 19 januari 2026 heeft de verdachte te 's-Gravenhage twee sixpacks bier gestolen uit een Albert Heijn waar hij een winkelverbod voor had. De diefstal werd bewezen met camerabeelden en verklaringen, waarbij het oogmerk tot wederrechtelijke toe-eigening werd vastgesteld. De verdachte werd vrijgesproken van diefstal in vereniging wegens onvoldoende bewijs.
Daarnaast werd bewezen verklaard dat de verdachte op dezelfde dag wederrechtelijk het besloten lokaal van de Albert Heijn betrad, ondanks een schriftelijk opgelegd toegangverbod van 12 maanden. De verdachte heeft een strafblad met meerdere eerdere veroordelingen en voldoet aan de criteria voor een stelselmatige dader.
De rechtbank legt op basis van de ernst van het feit, het strafblad en het reclasseringsadvies een voorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar op, met bijzondere voorwaarden gericht op behandeling van verslavingsproblematiek, dagbesteding en begeleiding. De maatregel wordt niet dadelijk ten uitvoer gelegd, maar gekoppeld aan een proeftijd van twee jaar waarin de verdachte zich aan de voorwaarden moet houden.
De rechtbank acht de ISD-maatregel noodzakelijk ter bescherming van de maatschappij en ter voorkoming van recidive, gezien eerdere mislukte reclasseringstrajecten en het hoge recidiverisico. De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer meldplicht, opname in zorginstelling, behandeling, controle op middelengebruik en begeleiding bij wonen en dagbesteding.
De verdachte verklaarde gemotiveerd te zijn om mee te werken aan de voorwaarden. De rechtbank wijst het verzoek tot dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel af omdat niet voldaan is aan de wettelijke vereisten daarvoor.