ECLI:NL:RBDHA:2026:9957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing EU-verblijfsdocument en schorsing uitzetting
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een EU-verblijfsdocument en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek buiten zitting en constateert dat verweerder geen verweerschrift heeft ingediend, wat duidt op geen verzet tegen het verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van onverwijlde spoed omdat verzoekster anders haar sociale rechten verliest, aangezien zij afhankelijk is van een uitkering en verblijft in een gemeentelijke opvangvoorziening. Tevens wordt het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegekend.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit geschorst en verzoekster mag niet worden uitgezet tot vier weken na de beslissing in de hoofdzaak. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit geschorst en uitzetting van verzoekster opgeschort tot vier weken na beslissing in de hoofdzaak.