ECLI:NL:RBDHA:2026:9947
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielverzoek wegens Dublinverantwoordelijkheid Oostenrijk
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 30 maart 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en gewezen op de uitspraak in een gelijke zaak (zaaknummer NL26.17756) waarin het beroep kennelijk ongegrond werd verklaard.
Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-inwilligen van de asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Oostenrijk is afgewezen.