Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9938

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
C/09/700674 KG ZA 26-226
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:88 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing geldvordering Ekelmans Advocaten tegen Compello Group en bestuurder in kort geding

Ekelmans Advocaten vordert in kort geding betaling van openstaande facturen en bijkomende kosten van Compello Group B.V. en haar bestuurder, vanwege niet-nakoming van betalingsverplichtingen en vermeend wegsleusen van depotgelden. De vordering is gebaseerd op een hoofdelijke aansprakelijkheid en eerdere betalingsregelingen die niet volledig zijn nagekomen.

De voorzieningenrechter beoordeelt dat het bestaan van de vordering onvoldoende aannemelijk is met het oog op het verweer van de gedaagden en de lopende bodemprocedure. Tevens is onvoldoende spoedeisend belang vastgesteld, omdat Ekelmans een solide onderneming is en de bodemprocedure gepland kan worden.

Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt Ekelmans in de proceskosten van de gedaagden. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes op 15 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst de geldvordering van Ekelmans Advocaten af wegens onvoldoende spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/700674 KG ZA 26-226
Vonnis in kort geding van 15 april 2026
in de zaak van
EKELMANS ADVOCATEN N.V.te Den Haag ,
eiseres,
advocaat mr. D.F. Spoormans,
tegen:

1.[gedaagde] te [woonplaats] ,

2. COMPELLO GROUP B.V.te Zwolle,
gedaagden,
advocaat mr. J.B. Maliepaard.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ Ekelmans ’, ‘ [gedaagde] ’ en ‘Compello’. [gedaagde] en Compello worden hierna tezamen aangeduid als ‘ [gedaagde] c.s.’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 maart met producties 1 tot en met 47;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 11;
- de door beide partijen overgelegde pleitnotities.
1.2.
Op 1 april 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunt toegelicht. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] is via zijn vennootschap Greenblocks B.V. aandeelhouder en bestuurder van Compello. Compello heeft op 14 mei 2019 alle aandelen in haar dochtervennootschap verkocht aan Hands on Investments B.V. Hierover is een geschil ontstaan. Nadat [gedaagde] c.s. aanvankelijk door een ander advocatenkantoor zijn bijgestaan, hebben [gedaagde] c.s. in april 2020 Ekelmans ingeschakeld.
2.2.
Op 8 april 2020 heeft Ekelmans per e-mail een opdrachtbevestiging naar [gedaagde] c.s. gestuurd. Daarin staat, voor zover relevant:
“Compello Group B.V. en jij persoonlijk zijn hoofdelijk als onze opdrachtgevers aan te merken voor wat betreft de betaling van 2/3 van de in totaal gemaakte kosten. Wij hebben een afzonderlijke opdracht van HDI voor het overige kostenaandeel van 1/3. Om administratieve rompslomp zoveel als mogelijk te voorkomen, zullen wij 2/3 van de kosten factureren op naam van Compello Group B.V. (en dus niet nog eens uitsplitsen naar Compello Group B.V. en jou persoonlijk). Dit neemt echter niet weg dat, indien Compello Group B.V. onverhoopt niet betaalt, jij als mede-opdrachtgever voor de betaling instaat.”
2.3.
Per e-mail van 9 april 2020 heeft [gedaagde] bevestigd dat hij akkoord is met de voorwaarden.
2.4.
[gedaagde] c.s. hebben (een deel van) de door Ekelmans voor de dienstverlening verstuurde facturen niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldaan. In augustus 2022 zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen op basis waarvan [gedaagde] c.s. maandelijks een bedrag van € 2.500 aan Ekelmans zouden betalen. [gedaagde] c.s. hebben vervolgens gedurende vier maanden een bedrag van € 2.500 aan Ekelmans voldaan.
2.5.
In mei 2023 heeft Ekelmans aan [gedaagde] c.s. gevraagd of € 500 per maand afgelost kon worden. [gedaagde] c.s. hebben daarop gemeld dat zij zullen proberen om maandelijks € 500 te betalen.
2.6.
Per e-mail van 21 maart 2024 heeft Ekelmans de betalingsregeling met [gedaagde] c.s. ontbonden. Daarnaast heeft Ekelmans [gedaagde] c.s. gesommeerd om uiterlijk op 8 april 2024 een bedrag van € 77.152,68 te voldoen. [gedaagde] c.s. hebben niet aan de sommatie voldaan, maar hebben tot en met september 2024 maandelijks € 250 aan Ekelmans betaald.
2.7.
Per e-mail van 5 september 2024 heeft Ekelmans de opdracht van [gedaagde] c.s. beëindigd. Vervolgens heeft mr. Dommerholt de belangenbehartiging van [gedaagde] c.s. overgenomen van Ekelmans .
2.8.
Op 8 november 2024 heeft Ekelmans ten laste van [gedaagde] c.s. conservatoir beslag gelegd onder de derdengeldenrekening van Ekelmans . Daarnaast is conservatoir beslag gelegd op de woning van [gedaagde] en zijn vrouw en op een perceel dat uitsluitend aan [gedaagde] toebehoort.
2.9.
Op 20 november 2024 hebben [gedaagde] c.s. akkoord gegeven om een bedrag van € 9.890,56 (dat op de derdengeldenrekening van Ekelmans stond) te gebruiken voor de aflossing van openstaande facturen van Ekelmans .
2.10.
Op 22 november 2024 is Ekelmans een bodemprocedure tegen [gedaagde] c.s. gestart. In de bodemprocedure vordert Ekelmans een verklaring voor recht en betaling van (i) € 69.496,83 aan openstaande facturen, (ii) € 1.307,55 aan buitengerechtelijke incassokosten en (iii) de proceskosten, waaronder de beslagkosten, een en ander te vermeerderen met wettelijke (handels)rente.
2.11.
Per e-mail van 17 februari 2025 heeft mr. Dommerholt Ekelmans namens [gedaagde] c.s. als volgt bericht:
“Voor de goede orde bevestig ik het volgende.
1. Afgesproken is dat de vordering jegens Compello Group - in de dagvaarding begroot op een bedrag ad € 69.496,83 wordt erkend ( inclusief alle exploitkosten waaronder die van alle gelegde beslagen ook jegens de heer en mevrouw [gedaagde] in privé ) en de toezegging wordt gedaan dat na (het op korte termijn - ca 3 maanden - te verwachten) bindend advies die vordering als eerste wordt betaald uit het depot bij de notaris. Reeds afgesproken is dat het bij u rustende depot ad € 9.890,56 kan worden benut voor de betaling van de declaraties en in mindering strekt op voornoemde vordering.
2. Zoals gesteld wordt enige aansprakelijkheid van de heer en mevrouw [gedaagde] niet erkend.;
3. Ook de aanspraak op de gevorderde wettelijke handelsrente terzake voornoemde vordering wordt niet erkend. ;
4. Zolang de definitieve koopsom nog niet is bepaald en de middelen in het depot nog niet beschikbaar zijn, wordt ervan uitgegaan dat geen verdere executiemaatregelen of aanvullende beslagen worden gelegd door Ekelmans Advocaten N.V. De zaak wordt hiermee tijdelijk opgeschort voor een periode van 3 maanden, waarbij alle partijen hun juridische positie behouden.
5. Binnen de komende week zal een berekening worden verstrekt inzake de aanspraken op de koopsombetaling, waarbij inzicht wordt geboden in de beschikbare middelen.”
2.12.
Per e-mail van 18 februari 2025 heeft Ekelmans als volgt gereageerd:
“Zoals besproken: als Compello Group BV - in aanvulling op de onderstaande bullets - erkent de wettelijke rente verschuldigd te zijn over de openstaande facturen, per factuur steeds te rekenen na 30 dagen vanaf de factuurdatum, dan ben ik akkoord met het verdagen van de zaak naar de roldatum van 21 mei 2025.
Kunt u uw akkoord met de bovenstaande toevoeging bevestigen?”
2.13.
Mr. Dommerholt heeft op 18 februari 2025 namens [gedaagde] c.s. als volgt gereageerd:
“Ter bevestiging : Compello Group gaat akkoord met de verschuldigdheid van de wettelijke rente als aangegeven in uw mail van heden – zie onder”
2.14.
Op 12 mei 2025 heeft Ekelmans voorgesteld om een herstelexploot uit te brengen waarmee de bodemprocedure wordt verdaagd naar 20 augustus 2025, onder de voorwaarde dat Compello de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten erkent en de kosten van het herstelexploot vergoedt. Op 19 mei 2025 heeft mr. Dommerholt in een e-mail geschreven dat dit akkoord is. In augustus 2025 zijn partijen nogmaals een uitstel van drie maanden overeengekomen.
2.15.
Omstreeks oktober 2025 heeft mr. Maliepaard de juridische bijstand van [gedaagde] c.s. van mr. Dommerholt overgenomen.
2.16.
In november 2025 heeft Ekelmans de tegen [gedaagde] c.s. aangespannen procedure aangebracht bij de rechtbank Den Haag.
2.17.
Op 19 februari 2026 heeft mr. Dommerholt telefonisch aan Ekelmans medegedeeld dat een bedrag van meer dan € 100.000 vanuit het depot bij de notaris aan [gedaagde] c.s. is vrijgegeven en dat dit bedrag door [gedaagde] c.s. is weggesluisd. Daarnaast heeft mr. Dommerholt gemeld dat [gedaagde] c.s. zijn facturen niet hebben betaald en dat [gedaagde] c.s. nog meer schuldeisers hebben.
2.18.
Op 25 februari 2026 hebben [gedaagde] c.s. (en de echtgenote van [gedaagde] , mevrouw [naam] ) een conclusie van antwoord met eis in reconventie ingediend in de door Ekelmans gestarte bodemprocedure. In reconventie vorderen [gedaagde] c.s. (en mevrouw [naam] ) betaling van € 16.000, opheffing van de gelegde beslagen en overlegging van alle door Ekelmans verstuurde facturen en urenstaten, op straffe van een dwangsom.
2.19.
Ten tijde van de zitting in deze kortgedingprocedure zijn de verhinderdata voor de te plannen mondelinge behandeling in de bodemprocedure opgevraagd.

3.Het geschil

3.1.
Ekelmans vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. de hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] en Compello tot betaling van € 69.945,61 aan Ekelmans , te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de diverse deelbedragen vanaf diverse mogelijke data tot aan de dag van algehele voldoening;
II. de veroordeling van Compello tot betaling van € 886,92 aan Ekelmans , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van deze dagvaarding;
III. de hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] en Compello tot betaling van € 1.672,75 aan Ekelmans , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2026;
IV. de hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] en Compello tot betaling van € 1.307,55 aan Ekelmans , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2026;
V. de hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] en Compello in de proceskosten, waaronder de beslagkosten, te voldoen binnen 7 dagen na dagtekening van het vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de voormelde termijn voor voldoening tot aan de dag van algehele voldoening.
3.2.
Daartoe voert Ekelmans – samengevat – het volgende aan. De vordering is in hoge mate aannemelijk, omdat Compello de aanspraak van Ekelmans (inclusief wettelijke rente, deurwaarderskosten en buitengerechtelijke kosten) heeft erkend. [gedaagde] heeft de hoofdsom impliciet erkend. Partijen twisten alleen over het door [gedaagde] gedane beroep op artikel 1:88 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarnaast heeft Ekelmans een spoedeisend belang. Op 19 februari 2026 heeft Ekelmans namelijk vernomen dat Compello de gelden in depot bij de notaris deels uitgekeerd had gekregen en had weggesluisd. Daarnaast is gebleken dat er andere schuldeisers zijn, zodat het de vraag is of Ekelmans nog betaald kan worden. Dit is gebeurd, terwijl [gedaagde] c.s. hebben toegezegd dat Ekelmans als eerste, met voorrang op anderen, zou worden betaald uit depotgelden. Om die reden vordert Ekelmans in kort geding betaling om te voorkomen dat haar vordering oninbaar blijkt. Ook wordt betaling gevorderd van [gedaagde] , omdat hij als medeopdrachtgever hoofdelijk is verbonden en omdat hij het wegboeken van de gelden vanuit het depot heeft georkestreerd. Er is geen sprake van een restitutierisico. Ekelmans is een solide onderneming en al decennia een gevestigde naam. Een belangenafweging valt ook in het voordeel van Ekelmans uit, omdat [gedaagde] c.s. geen profijt mogen trekken uit het schenden van de afspraak dat Ekelmans als eerste betaald zou krijgen uit de depotgelden.
3.3.
[gedaagde] c.s. voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

4.1.
Volgens vaste jurisprudentie is ten aanzien van geldvorderingen in kort geding terughoudendheid geboden. Onderzocht moet worden of het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is. Dat betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen. Daarnaast moet sprake zijn van feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Voorts moet in de afweging van de belangen van partijen het restitutierisico betrokken worden.
4.2.
Ekelmans betoogt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorzieningen, omdat de depotgelden zijn uitgekeerd aan Compello en vervolgens zijn weggesluisd terwijl aan Ekelmans is toegezegd dat haar facturen als eerste zouden worden voldaan. Daarnaast is sprake van een spoedeisend belang omdat [gedaagde] c.s. andere schuldeisers hebben. Ekelmans wil voorkomen dat haar vordering oninbaar is en vordert daarom betaling in dit kort geding.
4.3.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Ekelmans onvoldoende spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Dat de depotgelden aan Compello zijn uitgekeerd terwijl zij meerdere schuldeisers heeft, resulteert naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet in een spoedeisend belang aan de zijde van Ekelmans . Te minder omdat [gedaagde] c.s. nadrukkelijk de stelling van Ekelmans dat [gedaagde] c.s. de ontvangen depotgelden hebben weggesluisd, hebben weersproken. Ekelmans heeft voorts niet aangevoerd dat voor haar een noodzaak bestaat om op korte termijn over het gevorderde bedrag te beschikken. Integendeel, Ekelmans heeft juist betoogd dat zij een solide onderneming is. Gelet hierop is niet duidelijk geworden waarom Ekelmans de tussen partijen lopende bodemprocedure – waarvoor inmiddels aan partijen verhinderdata zijn opgevraagd om de mondelinge behandeling te plannen – niet kan afwachten, zodat Ekelmans onvoldoende spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Bij dit oordeel weegt de rechtbank mee dat [gedaagde] c.s. uitvoerig verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen van Ekelmans , waarbij zij ook uitgebreid is ingegaan op de redenen waarom op Compello, ondanks de met Ekelmans gemaakte afspraken over de depotgelden, niet de verplichting rust om vrijgekomen depotgelden aan Ekelmans te betalen. Daardoor kan in deze procedure niet met een grote mate van waarschijnlijkheid worden vastgesteld dat de bodemrechter de vorderingen van Ekelmans zal toewijzen.
4.4.
Op grond van het voorgaande moet de vordering van Ekelmans worden afgewezen. Hetgeen verder door partijen is gesteld, behoeft bij die stand van zaken geen (verdere) bespreking.
4.5.
Ekelmans is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] c.s. worden begroot op:
- griffierecht € 3.083
- salaris advocaat € 760
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 4.032

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt Ekelmans in de proceskosten van [gedaagde] c.s., begroot op € 4.032, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Ekelmans niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Ekelmans € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
3556