Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9930

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
NL25.32297
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Jezidi uit ontheemdenkamp in Koerdische Autonome Regio

Eiseres, een Jezidi vrouw met de Iraakse nationaliteit, diende op 26 april 2024 een asielaanvraag in na te zijn gevlucht uit haar dorp in 2014 vanwege IS-aanvallen. Zij verbleef sindsdien in het ontheemdenkamp Shariya in de Koerdische Autonome Regio (KAR), waar de leefomstandigheden moeilijk zijn. De minister van Asiel en Migratie wees haar aanvraag af omdat geen gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op schade bij terugkeer werd vastgesteld.

De rechtbank behandelde het beroep op 11 maart 2026 en oordeelde dat hoewel de identiteit en omstandigheden van eiseres geloofwaardig zijn, de situatie in het kamp niet voldoet aan de hoge lat van uitzonderlijke humanitaire omstandigheden zoals vereist door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). De rapportages over mentale problemen en dreiging van kamp sluiting werden onvoldoende onderbouwd door eiseres.

Verder werd geoordeeld dat verweerder adequaat heeft gemotiveerd waarom eiseres niet als risicoprofiel kan worden aangemerkt. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees de proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 23 april 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.32297

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).

Procesverloop

Bij besluit van 19 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [datum] 2005 en heeft de Iraakse nationaliteit. Op 26 april 2024 heeft eiseres een asielaanvraag ingediend.
2. Aan deze asielaanvraag heeft eiseres het volgende ten grondslag gelegd. Eiseres is Jezidi. Zij is in 2014 gevlucht uit haar dorp Tel Azer toen IS aanviel. Eerst is eiseres naar de bergen gevlucht en daarna is zij naar het ontheemdenkamp Shariya in de KAR [1] gegaan. De leefomstandigheden in dit kamp zijn erg moeilijk. Bij terugkeer naar Irak vreest eiseres voor IS.
3. Verweerder heeft bij het bestreden besluit de asielaanvraag van eiseres afgewezen. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. Ook heeft verweerder de aanval door IS in 2014 en de moeilijke leefomstandigheden in het kamp geloofwaardig geacht. Dit maakt volgens verweerder echter niet dat eiseres bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade.
4. Eiseres voert daartegen aan dat zij bij terugkeer naar het ontheemdenkamp wel degelijk een reëel risico op ernstige schade loopt. Verweerder heeft in het bestreden besluit verzuimd om te beoordelen of eiseres aangemerkt dient te worden als een risicoprofiel. Door de aanval van IS kon eiseres niet naar school gaan en in het ontheemdenkamp kan zij vanwege haar leeftijd geen onderwijs meer volgen. Ook heeft zij psychische problemen door wat haar familie is overkomen. Tot slot verwijst eiseres naar drie rapportages waaruit volgens haar blijkt dat het als jonge Jezidi-vrouw niet veilig is in de KAR.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het ontheemdenkamp Shariya in de KAR de normale woon- en verblijfplaats is van eiseres. Verder is gesteld noch gebleken dat de humanitaire situatie in het ontheemdenkamp Shariya het gevolg is van acties van strijdende partijen in een conflict.
6. Uit het arrest Sufi en Elmi van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat als erbarmelijke humanitaire omstandigheden uitsluitend of zelfs hoofdzakelijk te wijten zijn aan armoede of natuurlijke verschijnselen, slechts sprake kan zijn van een schending van artikel 3 van Pro het EVRM [2] in
very exceptional cases where the humanitarian grounds against removal are compelling. [3]
7. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat in het ontheemdenkamp in de KAR uitzonderlijke omstandigheden zoals bedoeld in het arrest Sufi en Elmi bestaan. De verklaringen van eiseres over de leefomstandigheden in het kamp en de omstandigheid dat zij daar geen onderwijs kan volgen, zijn onvoldoende om deze hoge lat te halen. Verweerder heeft in het bestreden besluit erop gewezen dat uit het algemeen ambtsbericht Irak [4] volgt dat in de kampen onderwijs, gezondheidszorg en basisvoorzieningen (beperkt) beschikbaar zijn. Dit komt overeen met de verklaringen van eiseres tijdens het nader gehoor. Daarnaast heeft verweerder een hoger beroepschrift overgelegd van een zaak die bij de Afdeling [5] aanhangig is over Jezidi uit ontheemdenkampen in de KAR. Daarin heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat ook uit het thematisch ambtsbericht van november 2025 over de ontheemdenkampen onder gezag van de
Kurdistan Regional Governmentniet blijkt dat de lat van artikel 3 van Pro het EVRM wordt gehaald. Eiseres heeft dit niet inhoudelijk weersproken. De rapportages waar eiseres naar heeft verwezen, zijn eveneens onvoldoende voor de conclusie dat eiseres bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van Pro het EVRM. Deze rapportages zien op de dreiging van de sluiting van een ontheemdenkamp in 2024 en mentale problemen bij Jezidische jongeren en vrouwen. Eiseres heeft niet onderbouwd dat zij psychische problemen heeft, zodat reeds daarom het beroep op de twee rapporten over mentale problematiek bij Jezidi niet slaagt. Daarnaast heeft eiseres ook niet aannemelijk gemaakt dat het ontheemdenkamp Shariya is gesloten of zal worden gesloten. Voor zover eiseres heeft gewezen op wat zij heeft meegemaakt in 2014 geldt dat dit niet ziet op de situatie bij terugkeer naar haar normale woon- of verblijfplaats: niet het dorp Tel Azer in Centraal-Irak, maar ontheemdenkamp Shariya in de KAR.
8. Eiseres wordt tot slot niet gevolgd in haar stelling dat verweerder niet heeft beoordeeld of zij aangemerkt moet worden als een risicoprofiel. Verweerder heeft namelijk in het bestreden besluit overwogen dat niet kan worden voldaan aan het verzoek van eiseres om haar als risicoprofiel aan te merken, nu die aanwijzing niet door een individuele beslismedewerker wordt gedaan. Verweerder heeft daarnaast de beantwoording van de door de Afdeling gestelde vragen over het beleid ten aanzien van Jezidi uit de KAR overgelegd. Daarin heeft verweerder onder meer een toelichting gegeven op de wijziging van het beleid voor deze groep en gemotiveerd dat hieraan ten grondslag ligt dat de veiligheidssituatie voldoende bestendig was gebleken. Verweerder heeft dan ook voldoende gemotiveerd gereageerd op de stelling van eiseres dat zij als risicoprofiel moet worden aangemerkt.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 23 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Koerdische Autonome Regio.
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Arrest van 28 juni 2011, zaaknrs. 8319/07 en 11449/07.
4.Het betreft hier een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken van november 2023.
5.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.