De gecertificeerde instelling verzoekt om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen in een gezinsgerichte voorziening voor zes maanden. De kinderen verblijven momenteel in verschillende gezinshuizen vanwege ernstige zorgen over hun basale verzorging bij de ouders, waaronder gebrek aan structuur, hygiëne en ontwikkelingsachterstanden.
De ouders, die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben en feitelijk in een hostel verblijven, zijn niet in staat om de kinderen een stabiele en veilige thuissituatie te bieden. De vader voert aan dat zij mogelijk terugkeren naar hun land van herkomst als er geen huisvesting in Nederland wordt geregeld, maar wil wel samenwerken met de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat het belang van de kinderen vraagt om verlenging van de machtiging. De kinderen hebben behoefte aan structuur, verzorging en begeleiding die zij in de gezinshuizen krijgen. De ouders moeten werken aan het regelen van inkomen en huisvesting en voldoen aan voorwaarden voor een mogelijke thuisplaatsing. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is op 20 maart 2026 uitgesproken.