ECLI:NL:RBDHA:2026:9921
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk risico op ernstige schade bij terugkeer
Eiseres, een vrouw van Sierra Leoonse nationaliteit, diende op 5 februari 2024 een asielaanvraag in. Zij stelde dat zij gedwongen werd tot prostitutie door haar man en later in Turkije, en dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade, waaronder gedwongen prostitutie en huiselijk geweld.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af, hoewel de identiteit en het relaas van eiseres als geloofwaardig werden beoordeeld. De minister oordeelde echter dat er geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade bij terugkeer bestaat, mede omdat eiseres sinds 2022 geen contact meer heeft met haar man en bescherming kan vragen bij autoriteiten.
Eiseres voerde aan dat in Sierra Leone seksueel geweld wijdverbreid is en dat zij risico loopt op hernieuwde dwang. Ook stelde zij dat de minister informatie uit Griekenland had moeten betrekken bij de beoordeling, omdat zij daar als statushouder zou verblijven. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt, dat zij geen statushouder in Griekenland is en dat de minister terecht geen aanvullend onderzoek deed.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door mr. B.F.Th. de Roos op 23 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat eiseres bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt.