Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen, die zij op 8 mei 2024 indienden. Volgens artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 moet binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist, derhalve uiterlijk 8 november 2024. Eisers stelden de minister van Asiel en Migratie rechtsgeldig in gebreke op 18 augustus 2025. De wettelijke termijn om beroep in te stellen vangt aan één dag na ontvangst van deze ingebrekestelling en bedraagt twee weken.
Eisers dienden hun beroep echter al in op 1 september 2025, binnen de termijn van twee weken, waardoor het beroep te vroeg werd ingediend en daarom niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en derhalve niet rechtsgeldig is. De rechtbank wijst erop dat de ingebrekestelling voor de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken is ingediend, en dat de bestuurlijke dwangsom is afgeschaft per de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.
De rechtbank bepaalt dat de minister alsnog binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen, met een rechterlijke dwangsom bij overschrijding. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A. Hiddouch, zonder zitting op 21 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op asielaanvragen is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend.