Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 13 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de man],
[de vrouw],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de vrouw;
- het bericht met bijlage van 3 maart 2026 van de vrouw;
- de brief zijdens de man van 5 maart 2026, met bijlagen;
- de brief zijdens de vrouw van 5 maart 2026, met wijziging verzoek en bijlage;
- het F9-formulier zijdens de man van 6 maart 2026, met bijlagen.
Feiten
- Partijen zijn, volgens het uittreksel van de Basisregistratie Personen (BRP), met elkaar gehuwd op [datum] 2022 in [plaats 1] ([land]).
- Zij zijn de ouders van de [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats].
- De ouders oefenen gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- Volgens het uittreksel van de BRP heeft de vrouw de [land] nationaliteit. De man en [minderjarige] hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
- te bepalen dat het minderjarige kind van partijen aan de man wordt toevertrouwd;
- te bepalen dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan [adres] in [plaats 2];
- een zorgregeling tussen de man en de minderjarige vast te stellen;
- te bepalen dat [minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd;
- te bepalen dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan [adres] in [plaats 2], met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- te bepalen dat de man aan de vrouw beschikbaar zal stellen de goederen strekkend tot haar dagelijks gebruik, waaronder begrepen maar niet beperkt tot haar (gouden) sieraden, haar fiets van het merk Gazelle, kantoorkleding, [land] documenten, bankpasjes en [minderjarige]’s vaccinatiepaspoort, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag of dagdeel dat de man na betekening van het in deze te wijzen beschikking, in gebreke blijft aan zijn verplichting te voldoen;
- een voorlopige zorgregeling vast te stellen in die zin dat de man onder toezicht van de vrouw contact heeft met [minderjarige] eenmaal per twee weken op zaterdag van 10:00 uur tot 12:00 uur in een nog nader te bepalen peutervriendelijke omgeving;
- een door de man aan de vrouw te bepalen voorlopige kinderalimentatie van € 646,- per maand, met ingang van de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 2.237,- per maand, met ingang van de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift;
Beoordeling
Beslissing
wijst af het meer of anders verzochte.