Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9907

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
NL24.9384
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van tweede beroep tegen besluit tijdelijke bescherming

Eiseres heeft op 5 maart 2024 beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 waarin haar tijdelijke bescherming werd beëindigd. Vervolgens heeft zij op 6 maart 2024 opnieuw beroep ingesteld tegen hetzelfde besluit. De rechtbank heeft op 15 april 2026 uitspraak gedaan op het eerste beroep.

Gezien het feit dat er al een uitspraak is gedaan op het eerste beroep, verklaart de rechtbank het tweede beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het tweede beroep niet inhoudelijk wordt behandeld omdat het niet aan de procesvoorwaarden voldoet.

De rechtbank oordeelt tevens dat verweerder niet opnieuw hoeft te worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter W.H. Bel op 23 april 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het tweede beroep tegen het besluit tijdelijke bescherming is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.9384

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. M.C.W. van der Zanden),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. van Raak).

Procesverloop

In het besluit van 7 februari 2024 heeft verweerder bepaald dat eiseres na 4 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke Bescherming, RTB), en dat zij binnen vier weken na die datum moet terugkeren naar haar land van herkomst.
Eiseres heeft, bijgestaan door mr. M.C.W. van der Zanden, op 5 maart 2024 beroep ingesteld tegen dit besluit (NL24.9186). Op 6 maart 2024 heeft eiseres, bijgestaan door mr. I. Petovski wederom beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 (NL24.9384).
Op 14 mei 2024 heeft mr. I. Petosvski, de oorspronkelijk gemachtigde van eiseres, laten weten dat hij eiseres niet langer bijstaat. Op 29 juli 2025 heeft mr. M.C.W. van der Zanden laten weten dat zij de gemachtigde is van eiseres.
De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat eiseres eerder op 5 maart 2024 beroep (NL24.9186) heeft ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft bij uitspraak van 15 april 2026 uitspraak gedaan op dat beroep.
2. Nu eiseres twee keer een beroep heeft ingediend tegen hetzelfde besluit en de rechtbank op één van de beroepen reeds uitspraak heeft gedaan is het op 6 maart 2024 ingestelde beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 23 april 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.