Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9902

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
C/09/663749 / FA RK 24-2228
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:56 BWArt. 843a RvArt. 3 Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met nevenvoorzieningen en vaststelling zorg- en alimentatieregelingen

Partijen zijn gehuwd in 2019 onder huwelijkse voorwaarden en hebben een minderjarig kind geboren in 2020. Het verzoek tot echtscheiding omvat ook nevenvoorzieningen zoals hoofdverblijfplaats, omgangsregeling, alimentatie en afwikkeling van huwelijkse voorwaarden. De rechtbank constateert dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en kent de echtscheiding toe.

De hoofdverblijfplaats van het kind wordt vastgesteld bij de vrouw, met een zorgregeling waarbij de man tweemaal per jaar twee weken omgang heeft bij de grootouders. De informatieregeling voorziet in maandelijkse e-mail en tweewekelijkse video-updates.

De rechtbank beoordeelt de alimentatiebehoefte van het kind op €1.587 per maand en legt deze als kinderalimentatie op aan de man. De partneralimentatie wordt vastgesteld op €3.780 per maand netto, eveneens te betalen door de man. Verzoeken tot verklaring voor recht over geldlening en afwikkeling huwelijkse voorwaarden worden afgewezen wegens gebrek aan belang.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding zelf. Proceskosten worden gecompenseerd gezien de familierechtelijke aard van de procedure.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt hoofdverblijfplaats en zorgregeling vast, en legt kinderalimentatie van €1.587 en partneralimentatie van €3.780 per maand op aan de man.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-2228
Zaaknummer: C/09/663749
Datum beschikking: 19 maart 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 25 maart 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: eerst mr. E.R. Boertje te Den Haag, daarna mr. A.H. van Haga te Den Haag, daarna mr. A.R. Oosterhout te Den Haag, daarna mr. R. Holland te Eindhoven, nu zonder advocaat.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,
wonende in op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.M. van Maanen te Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9 formulier van 3 april 2024 met bijlage van de vrouw;
  • het F9 formulier van 15 april 2024 met bijlage van de vrouw;
  • het F9 formulier van 24 april 2024 van de vrouw;
  • het F9 formulier van 15 mei 2024 van de man;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift van de man, ingekomen op 7 november 2024;
  • het verweer tegen het zelfstandig verzoek tevens aanvulling verzoeken van de vrouw, ingekomen op 24 december 2024;
  • het F9 formulier van 30 december 2024 van de vrouw;
  • het F9 formulier van 15 januari 2025 van de vrouw;
  • het F9 formulier van 18 september 2025 van de man;
  • het F9 formulier van 14 oktober 2025 van de man;
  • het verweerschrift van de man, ingekomen op 2 februari 2026.
Op 12 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw;
  • de man met mr. S.A.A. Bakker, waarnemer voor mr M.M. van Maanen;
  • [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum 1] 2019 te [land 1].
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [land 1].
- [minderjarige] verblijft op dit moment bij de vrouw.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- De man, de vrouw en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.
- Partijen zijn gehuwd onder het maken van huwelijkse voorwaarden – op [datum 2] 2019 bij een notaris ter standplaats [land 1]  welke huwelijkse voorwaarden kort gezegd inhouden dat tussen de echtgenoten geen enkele vermogensgemeenschap bestaat en dat op het huwelijksvermogensregime het [land 1] recht van toepassing is.

Verzoek en verweer

Het verzoek zoals dat na wijziging luidt, strekt tot 1) echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
2) vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw;
3) bepaling dat [minderjarige] omgang zal hebben met de man op periodieke basis, zulks in onderling overleg nader vast te stellen, dan wel een zodanige contactregeling vast te stellen die de rechtbank in goede justitie juist acht;
4)
indien en voor zover partijen duidelijkheid hebben over de gemeenschappelijke inkomenssituatie:
de tussen partijen getroffen regelingen ten aanzien van de partner- en kinderalimentatie zoals beschreven in een nader door partijen op te stellen convenant op te nemen in de ten dezen te wijzen beschikking;
5)
indien en voor zover partijen over de regeling met betrekking tot de partner- en kinderalimentatie géén overeenstemming bereiken:
de partner- en kinderalimentatie conform de wettelijke maatstaven in goede justitie te bepalen c.q. te gelasten conform een nader door de vrouw te concretiseren verzoek ingaande per datum indiening onderhavig verzoekschrift;
6)
indien en voor zover partijen over de regeling met betrekking tot de vermogensrechtelijke afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden overeenstemming bereiken:
de tussen partijen getroffen regelingen, zoals neergelegd in het door partijen ondertekende convenant voor zoveel mogelijk op te nemen in de beschikking;
7)
Indien en voor zover partijen over de regeling met betrekking tot de vermogensrechtelijke afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden géén overeenstemming bereiken:
de regelingen met betrekking tot de (wijze van) afwikkeling van de tussen partijen geldende huwelijkse voorwaarden te bepalen c.q. te gelasten conform een nader door de vrouw te concretiseren verzoek;
8) verklaring voor recht dat de door de man aan de vrouw verstrekte geldlening, vastgelegd in de overeenkomst van 25 september 2023, uiterlijk op 1 augustus 2072 afgelost dient te zijn;
9) bepaling dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] voldoet van € 6.000,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw;
10) bepaling dat de man een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw voldoet, telkens bij vooruitbetaling met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand van € 15.000,- bruto per maand;
waarbij de vrouw voorts verzoekt om op basis van artikel 843a Rv:
11) de man te verzoeken althans te bevelen tijdig voor de in te plannen mondeling behandeling, maar minimaal drie weken voordien, in ieder geval over te leggen:
 jaarstukken uit 2021, 2022, 2023
 alsmede financiële stukken van overig inkomen/vermogen
 de aangifte en aanslagen inkomstenbelasting over de hiervoor genoemde jaren en, voor zover reeds aanwezig het jaar 2024
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht om A.) de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:
bepaling dat de man, wanneer hij in Nederland is of wanneer [minderjarige] op [land 1] is, dagelijks fysiek contact zal hebben met [minderjarige];
bepaling dat de vrouw wekelijks aan de man een bericht stuurt waarin zij hem inlicht over het wel en wee van [minderjarige];
verklaring voor recht dat de huwelijkse voorwaarden van partijen zijn afgewikkeld en dat zij over en weer niets meer te vorderen hebben;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu beide echtgenoten de Nederlandse nationaliteit hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.
De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Ontvankelijkheid
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. De ouders hebben dat niet gedaan.
De rechtbank stelt vast dat het de ouders niet is gelukt om op alle punten ten aanzien van [minderjarige] tot overeenstemming te komen. Daarom beoordeelt de rechtbank de over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
Beide partijen stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat de daarop steunende, over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond kunnen worden toegewezen.
Hoofdverblijf
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats [minderjarige].
Inhoudelijke beoordeling
De ouders zijn het erover eens dat het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de vrouw zal zijn. De rechtbank zal overeenkomstig deze overeenstemming van de ouders beslissen. Daarbij overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich daartegen verzet.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
Inhoudelijke beoordeling
De ouders hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de zorgregeling voor [minderjarige]. Deze overeenstemming houdt in dat de man tweemaal per jaar twee weken naar Nederland zal komen om [minderjarige] te bezoeken en dan in die twee weken ongeveer zeven dagen omgang zal hebben met [minderjarige] bij de grootouders (moederszijde) thuis, waarbij de man ten minste één maand van tevoren aan de vrouw zal laten weten in welke periode hij in Nederland is en de ouders vervolgens samen in overleg de nadere omgangsmomenten in die twee weken zullen bepalen. De rechtbank zal overeenkomstig deze overeenstemming van de ouders beslissen. Daarbij overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich daartegen verzet. Het meer of anders verzochte ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken beschouwt de rechtbank gelet op de bereikte overeenstemming tussen de ouders, als ingetrokken.
Informatieregeling
De ouders hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de informatieregeling. Deze overeenstemming houdt in dat de vrouw de man één keer per maand een e-mailbericht stuurt waarin zij hem inlicht over het wel en wee van [minderjarige] en tweemaal per maand via WhatsApp een video van [minderjarige] stuurt. De rechtbank zal overeenkomstig deze overeenstemming van de ouders beslissen. Het meer of anders verzochte ten aanzien van de informatieregeling beschouwt de rechtbank gelet op de bereikte overeenstemming tussen de ouders, als ingetrokken.
Kinderalimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu [minderjarige] in Nederland woont, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige].
Op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] zal de rechtbank op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De hoogte van de kinderalimentatie moet worden afgestemd op de behoefte van [minderjarige] en op de draagkracht van de ouders. Bij het vaststellen van deze behoefte en draagkracht gebruikt de rechtbank de aanbevelingen van de landelijke expertgroep van rechters die zijn vastgelegd in het Rapport alimentatienormen.
De rechtbank neemt verder in aanmerking dat de ouders de afgelopen jaren niet in gezinsverband hebben samengewoond  de vrouw woonde met [minderjarige] in Nederland en de man woonde op [land 1]  en dat [minderjarige] zwaar gehandicapt is ([aandoening]) en volledig afhankelijk is van zorg door onder meer de vrouw. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de man geen draagkrachtverweer heeft gevoerd.
Behoefte van [minderjarige]
Tussen de ouders is niet in geschil dat de behoefte van [minderjarige] de maximale tabel behoefte overschrijdt. Zoals op de zitting is besproken, zal de behoefte bepaald worden aan de hand van een behoeftelijst. De vrouw heeft een behoeftelijst overgelegd en de man heeft daarop een aantal punten van de behoeftelijst betwist bij gebrek aan onderbouwing door de vrouw. De man heeft ten aanzien van deze punten een toelichting gegeven.
Maandelijks tekort PGB
Op de zitting zijn de ouders het er over eens geworden dat het tekort € 288,- per maand was in 2025 en dit bedrag deel uitmaakt van de behoefte van [minderjarige].
Kleding/schoenen/luiers/medicatie die niet vergoed wordt
Tussen de ouders is niet in geschil dat voor deze kosten een bedrag van € 1.000,- per maand in aanmerking moet worden genomen. De rechtbank zal hiervan uitgaan, nu de ouders het hierover eens zijn.
Boodschappen
De vrouw heeft de kosten voor boodschappen voor [minderjarige] begroot op € 500,- per maand. De man heeft dit bedrag betwist en gaat uit van € 300,- per maand. De rechtbank wel wil aannemen, hoewel door vrouw niet onderbouwd, dat de welstand hoog was en dat de man daar ook rekening mee gehouden heeft. De rechtbank zal daarom in redelijkheid van een bedrag van € 350, - per maand aan kosten voor boodschappen voor [minderjarige] uitgaan.
Reizen
De vrouw heeft de kosten voor reizen voor [minderjarige] begroot op € 1.967,- per maand. De vrouw heeft gesteld dat het gaat om reizen die tijdens het huwelijk zijn afgesproken, zoals zes keer per jaar een reis naar [land 2], één keer per jaar een reis naar [plaats] en één keer per jaar een reis naar [land 1]. De man betwist deze post. Volgens de man hebben deze reizen nooit plaatsgevonden. De rechtbank overweegt dat het onvoldoende aannemelijk is geworden dat deze reizen hebben plaatsgevonden, mede gezien de betwisting door de man. Nu de man wel bereid is een bedrag van € 300,- per maand voor reiskosten in aanmerking te nemen, zal de rechtbank van dat bedrag uitgaan.
Donatie aan [instantie]
De vrouw stelt dat een bedrag van € 200,- per maand voor donatie aan [instantie] in aanmerking genomen moet worden. Op de zitting heeft zij toegelicht dat het gaat om het financieel steunen van onderzoek naar de zeldzame ziekte die [minderjarige] heeft. De man heeft deze post betwist, stellende dat de vrouw niet heeft onderbouwd dat zij dit bedrag daadwerkelijk maandelijks doneert [instantie] en dat deze kosten ook niet nodig zijn voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige].
Zoals op de zitting is besproken, zal de rechtbank deze post niet in aanmerking nemen omdat deze donatie niet aan [minderjarige] zelf ten goede komt.
Kinderbijslag
Op de behoefte van [minderjarige] komt de te ontvangen kinderbijslag in mindering. Gebleken is dat de vrouw het bedrag zoals het thans is, heeft aangehouden. Niet in geschil tussen de ouders is dat doordat [minderjarige] zes jaar wordt, de kinderbijslag zal stijgen. De vrouw heeft zich gerefereerd aan het door de man genoemde bedrag van € 351,39. De rechtbank zal dit door de man genoemde bedrag in aanmerking nemen.
Conclusie behoeftelijst
Gelet op het voorgaande kan de volgende berekening gemaakt worden:
Behoeftelijst [minderjarige]
Kosten per maand
Maandelijks tekort PGB
€ 288,00
Boodschappen
€ 350,00
Reizen
€ 300,00
Kleding/schoenen/luiers/medicatie die niet vergoed wordt
€ 1.000,00
Totaal
€ 1.938,00
Minus Kinderbijslag -/-
€ 351,39
Resteert als behoefte van [minderjarige]
€ 1.586,61
De rechtbank zal gelet het voorgaande als behoefte van [minderjarige] in aanmerking nemen een bedrag van afgerond € 1.587,- per maand.
Draagkracht van de ouders
Vervolgens dient te worden beoordeeld in welke verhouding de ouders dienen bij te dragen in de behoefte van [minderjarige]. Tussen de ouders is niet in geschil dat de man uit zijn inkomen de behoefte van [minderjarige] kan en zal voldoen.
Conclusie
De rechtbank zal gelet op het voorgaande bepalen dat de man met ingang van de datum van deze beschikking een kinderalimentatie van € 1.587,- per maand aan de vrouw moet voldoen.
Partneralimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de vrouw in Nederland woont, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het alimentatieverzoek.
Op het verzoek tot alimentatie voor de vrouw zal de rechtbank op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
Bij de vaststelling van de partneralimentatie neemt de rechtbank genoemd Rapport alimentatienormen als uitgangspunt. De rechtbank neemt verder in aanmerking, zoals hiervoor ook bij de kinderalimentatie is overwogen, dat de ouders de afgelopen jaren niet in gezinsverband hebben samengewoond. De vrouw woonde met [minderjarige] in Nederland vanwege de medische zorg voor [minderjarige] en de man woonde op [land 1], zodat het toepassen van de hofnorm in dit geval niet passend is. De rechtbank zal in afwijking van het Rapport alimentatienormen de behoefte bepalen aan de hand van een behoeftelijst, zoals partijen zelf ook hebben gedaan.
De vrouw heeft een behoeftelijst overgelegd, maar deze niet met stukken onderbouwd en de man heeft zes posten op deze lijst betwist. De man heeft ten aanzien van deze punten een toelichting gegeven. De man heeft niet de ruime levenstandaard, zoals op de zitting besproken, betwist; de man heeft overigens wel aangegeven dat het uitgavenpatroon van de vrouw een bijzondere reden voor spanningen in het huwelijk was. Ook heeft de man geen draagkrachtverweer gevoerd.
Behoeftelijst
-
Auto en benzine
De vrouw neemt een bedrag van € 230,- per maand wegens kosten voor haar auto en benzine in aanmerking. De man heeft dit bedrag betwist en gaat uit van een bedrag van € 58,- per maand. De rechtbank overweegt dat de vrouw desgevraagd geen aannemelijke verklaring heeft kunnen geven voor een uitzonderlijk hoog benzineverbruik en zal daarom van het door de man genoemde bedrag van € 58,- per maand uitgaan.
-
Boodschappen
De vrouw heeft haar kosten voor boodschappen begroot op € 800,- per maand. De man heeft dit bedrag betwist en gaat uit van een bedrag van 300,- per maand. De rechtbank zal in redelijkheid van een bedrag van € 400,- per maand voor boodschappen uitgaan.
-
Persoonlijke verzorging/kapper enz.
De vrouw heeft haar kosten voor persoonlijke verzorging en de kapper en dergelijke begroot op € 350,- per maand. De man heeft dit bedrag betwist en gaat uit van een bedrag van 80,- per maand. De rechtbank zal in redelijkheid van een bedrag van € 100,- per maand uitgaan.
-
Contactlenzen, supplementen en overige niet vergoede kosten gezondheid
De vrouw heeft haar kosten voor contactlenzen, supplementen en overige niet vergoede kosten gezondheid, begroot op € 300,- per maand. De man heeft dit bedrag betwist.
Volgens de man bedragen de kosten van contactlenzen (boven) gemiddeld € 400,- per jaar en blijkt uit onderzoek dat men gemiddeld € 230,- aan supplementen uitgeeft. Het lijkt de man redelijk om ten aanzien van deze drie posten uit te gaan van in totaal € 800,- per jaar, of wel € 67,- per maand. De rechtbank zie geen aanleiding om af te wijken van de onderbouwing van de man en zal uitgaan van een bedrag van € 67,- per maand.
-
Kleding en schoenen
De vrouw heeft haar kosten voor kleding en schoenen begroot op € 800,- per maand. De man heeft dit bedrag betwist en gaat uit van een bedrag van € 250,- per maand. De rechtbank zal in redelijkheid een bedrag van € 450,- voor kleding en schoenen in aanmerking nemen
-
Vergoeding die de vrouw ontvangt
Op de zitting is gebleken dat de vrouw een vergoeding voor de door haar te verlenen zorg ontvangt van € 1.991,- per maand. De rechtbank zal dit bedrag in mindering brengen op de behoefte van de vrouw.
Conclusie behoeftelijst
Gelet op het voorgaande kan de volgende berekening gemaakt worden:
Behoeftelijst vrouw
Kosten per maand
Auto benzine
€ 58,00
Boodschappen
€ 400,00
Persoonlijke verzorging/kapper enz.
€ 100,00
Contactlenzen, supplementen en overige niet vergoede kosten gezondheid
€ 67,00
Kleding en schoenen
€ 450,00
Overige door de vrouw opgevoerde en niet door de man betwiste posten, in totaal
€ 3.151,00
Totaal
€ 4.226,00
Minus vergoeding die vrouw ontvangt -/-
€ 1.991,00
Resteert als behoefte van de vrouw
€ 2.235,00
De rechtbank zal gelet het voorgaande als behoefte van de vrouw in aanmerking nemen een bedrag van € 2.235,- netto per maand, dit is gebruteerd een bedrag van € 3.780,-.
De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Draagkracht man
Tussen de ouders is niet in geschil dat de man uit zijn inkomen de behoefte van de vrouw kan en zal voldoen.
Conclusie partneralimentatie
De rechtbank zal gelet op het voorgaande bepalen dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand een partneralimentatie van € 3.780,- per maand aan de vrouw moet voldoen.
Verzoek met betrekking tot het overleggen van stukken door de man
Omdat de man in het kader van de kinder- en partneralimentatie geen draagkrachtverweer voert, is het niet nodig dat de rechtbank de door de vrouw genoemde (financiële) stukken beoordeelt. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw op dit punt daarom wegens gebrek aan belang afwijzen.
Verklaring voor recht geldlening
De vrouw verzoekt om afgifte van een verklaring voor recht dat de door de man aan de vrouw verstrekte geldlening, vastgelegd in de overeenkomst van 25 september 2023, uiterlijk op 1 augustus 2072 afgelost dient te zijn.
De rechtbank overweegt dat voor het uitspreken van een verklaring voor recht er voldoende belang moet bestaan. Het belang bij een zodanig verzoek is in eerste plaats naar zijn aard gelegen in het belang om de tussen betreffende partijen eventuele onzekerheden over hun rechtsverhouding op te heffen. De rechtbank constateert dat er blijkbaar geen onzekerheid is tussen partijen over het bestaan van de geldlening ten behoeve van de aankoop van de woning aan de [adres], nu beide partijen hiervan uitgaan. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw om afgifte van een verklaring voor recht daarom af.
Verklaring voor recht dat de huwelijkse voorwaarden zijn afgewikkeld
De man verzoekt om afgifte van een verklaring voor recht dat de huwelijkse voorwaarden van partijen zijn afgewikkeld en dat partijen over en weer niets meer te vorderen hebben.
Zoals hiervoor overwogen moet er voor het uitspreken van een verklaring voor recht voldoende belang zijn en is het belang bij een zodanig verzoek in eerste plaats naar zijn aard gelegen in het belang om de tussen betreffende partijen eventuele onzekerheden over hun rechtsverhouding op te heffen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het afgeven van een verklaring voor recht nu niet gebleken is dat partijen daar belang bij hebben. De rechtbank constateert dat er geen verzoek met betrekking tot de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden voorligt en dit dus ook niet behandeld is door de rechtbank. Daar komt bij dat ook overigens niet gebleken is van het belang van partijen. De rechtbank wijst het verzoek van de man om afgifte van een verklaring voor recht daarom af.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum 1] 2019 te [land 1];
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [land 1], de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
*
bepaalt dat tussen de man en [minderjarige] een zorgregeling zal gelden die inhoudt dat de man tweemaal per jaar twee weken naar Nederland zal komen om [minderjarige] te bezoeken en dan in die twee weken ongeveer zeven dagen omgang zal hebben met [minderjarige] bij de grootouders (moederszijde) thuis, waarbij de man ten minste één maand van tevoren aan de vrouw zal laten weten in welke periode hij in Nederland is en de ouders vervolgens samen in overleg de nadere omgangsmomenten in die twee weken zullen bepalen;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de datum van deze beschikking een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 1.587,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand een partneralimentatie van € 3.780,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking  met uitzondering van de beslissing met betrekking tot de echtscheiding  uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 19 maart 2026.