De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van de minderjarige voor een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden vanwege risicovol gedrag en stagnerende hulpverlening. De minderjarige vertoont risicovol en opstandig gedrag, met een posttraumatische stressstoornis en oppositioneel-opstandige stoornis vastgesteld door een organisatie. De huidige plaatsing op een woongroep in een andere plaats belemmert de continuering van behandeling en schoolgang.
De ouders willen dat de minderjarige terugkeert naar huis en staan open voor hulpverlening. Er is geen sprake van onveilige thuissituatie of huiselijk geweld, en de minderjarige brengt weekenden thuis door. De kinderrechter constateert dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigd wordt door het gedrag en de onduidelijkheid over de thuissituatie, en dat hulpverlening noodzakelijk is.
De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en wijst de machtiging tot uithuisplaatsing af, omdat terugplaatsing bij de ouders momenteel de enige mogelijkheid is om behandeling, dagbesteding en hulpverlening te continueren. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.