ECLI:NL:RBDHA:2026:9861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 24 maart 2026 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd. De rechtbank heeft eerder op 7 april 2026 geoordeeld dat de maatregel tot 2 april 2026 rechtmatig was, waardoor alleen de periode na die datum relevant is voor beoordeling.
Eiser stelde dat de minister ten onrechte geen claim heeft ingediend bij de Spaanse autoriteiten op grond van de Dublinverordening, aangezien hij sinds 2020 in Spanje verblijft en daar ingeschreven staat. De rechtbank oordeelde dat deze grond reeds in de eerdere procedure is behandeld en verworpen, omdat eiser via België naar Nederland is overgebracht en de Dublinverordening daarom niet van toepassing is.
De rechtbank voerde een ambtshalve toets uit en zag geen reden om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te verklaren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.