Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9858

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
NL26.2747
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit minister van Asiel en Migratie wegens ontbreken beroepsgronden

De rechtbank Den Haag heeft op 24 april 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 19 december 2025. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser in het beroepschrift geen gronden heeft vermeld waarop het beroep is gebaseerd.

De rechtbank heeft eiser op 27 januari 2026 verzocht om binnen een week het verzuim te herstellen door alsnog de beroepsgronden te overleggen. Eiser heeft hieraan geen gehoor gegeven, waardoor het verzuim niet tijdig is hersteld. Er is geen verontschuldiging voor het niet tijdig indienen van de gronden gebleken.

Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren indien de gronden niet worden vermeld en het verzuim niet wordt hersteld. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het bestreden besluit niet inhoudelijk. Het besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en griffier C. van der Bijl. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak, waarbij zij een zitting kunnen verzoeken om hun standpunt toe te lichten.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig herstellen daarvan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.2747

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Inleiding

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de minister van 19 december 2025.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Heeft eiser de gronden tijdig vermeld?
Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser in haar bericht van 27 januari 2026 verzocht om binnen één week dit verzuim te herstellen. Eiser heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. Eiser heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
Er is geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van C. van der Bijl, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.