ECLI:NL:RBDHA:2026:9858
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit minister van Asiel en Migratie wegens ontbreken beroepsgronden
De rechtbank Den Haag heeft op 24 april 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 19 december 2025. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser in het beroepschrift geen gronden heeft vermeld waarop het beroep is gebaseerd.
De rechtbank heeft eiser op 27 januari 2026 verzocht om binnen een week het verzuim te herstellen door alsnog de beroepsgronden te overleggen. Eiser heeft hieraan geen gehoor gegeven, waardoor het verzuim niet tijdig is hersteld. Er is geen verontschuldiging voor het niet tijdig indienen van de gronden gebleken.
Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren indien de gronden niet worden vermeld en het verzuim niet wordt hersteld. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het bestreden besluit niet inhoudelijk. Het besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en griffier C. van der Bijl. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak, waarbij zij een zitting kunnen verzoeken om hun standpunt toe te lichten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig herstellen daarvan.