Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9849

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
NL25.20645
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit met meerdere landen van terugkeer

Eiser is bij een besluit van 23 april 2025 geconfronteerd met een aanvullend terugkeerbesluit waarin zowel Algerije als Libië als landen van terugkeer zijn genoemd. Eerder was al een terugkeerbesluit opgelegd zonder specifiek land en was de asielaanvraag van eiser kennelijk ongegrond verklaard. Eiser betwistte het terugkeerbesluit naar Libië omdat zijn Libische nationaliteit niet geloofwaardig zou zijn.

De rechtbank overweegt dat de minister op grond van jurisprudentie verplicht is om bij een terugkeerbesluit een of meer landen van terugkeer te vermelden, ook als de nationaliteit niet vaststaat. Indien een vreemdeling banden heeft met meerdere derde landen, kunnen meerdere landen worden aangewezen. Uit het dossier blijkt dat eiser tijdens een aanvullend gehoor heeft verklaard uit Libië te komen, wat voldoende aanknopingspunten biedt voor het aanwijzen van Libië als land van terugkeer.

De rechtbank concludeert dat de beroepsgrond niet slaagt en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit met meerdere landen van terugkeer is ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.20645
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. F. Boone),

en
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. A. Stojanovic).

Procesverloop

Bij besluit van 23 april 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Voorgeschiedenis
1. Bij besluit van 8 april 2016 is aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd, waarbij eiser is opgedragen om binnen vier weken Nederland en de Europese Unie te verlaten. In dit besluit is niet opgenomen op welk land de terugkeerverplichting ziet.
2. Bij besluit van 8 maart 2023 is de asielaanvraag van eiser kennelijk ongegrond verklaard. In het besluit heeft de minister vermeld dat eiser al een terugkeerbesluit heeft en in het aan het besluit ten grondslag liggende voornemen heeft de minister Algerije genoemd als land van terugkeer.
3. Bij besluit van 23 april 2025 heeft de minister een aanvullend terugkeerbesluit genomen. De minister heeft in dit besluit zowel Algerije als Libië genoemd als landen van terugkeer.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiser voert aan dat er geen grond bestaat om aan hem een terugkeerbesluit naar Libië op te leggen, omdat de minister zijn Libische nationaliteit niet geloofwaardig heeft bevonden. Dat eiser zelf heeft aangegeven uit Libië te komen, is onvoldoende om een terugkeerbesluit te nemen met een terugkeerverplichting naar Libië.
5. De beroepsgrond slaagt niet. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling)1, volgt dat de minister bij het opleggen van een terugkeerbesluit verplicht is een of meer landen van terugkeer te vermelden, ook in de gevallen waarin de herkomst en de nationaliteit van de vreemdeling niet zijn vastgesteld. Wanneer een vreemdeling met verschillende derde landen banden heeft of aliassen heeft gebruikt, dan kunnen in het terugkeerbesluit meer landen van terugkeer worden aangewezen. Uit het dossier van eiser volgen voldoende aanknopingspunten om Libië aan te nemen als land waar eiser naar dient terug te keren. Zo heeft eiser bijvoorbeeld tijdens het aanvullend gehoor van 15 december 2022 verklaard dat hij uit Libië komt.2 De beroepsgrond slaagt niet.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Zie bijvoorbeeld de Afdelingsuitspraak van 29 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:25065.
2 Rapport aanvullend gehoor van 15 december 2022, pagina’s 4, 5, 6 en 7.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.J.T. Twijnstra, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 23 maart 2026

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.