ECLI:NL:RBDHA:2026:9829
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitstel van vertrek vreemdeling zonder spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin werd bepaald dat zij geen uitstel van vertrek krijgt op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitstel van vertrek te verkrijgen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Verzoekster mag de behandeling van haar bezwaar in Nederland afwachten en wordt niet met uitzetting bedreigd. Daarnaast is er geen sprake van beëindiging van opvang, maar slechts van een overplaatsing naar een gezinslocatie, waar ook medische en psychische zorg beschikbaar is.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek niet kan worden toegewezen en wijst het af. Tevens wordt het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen en is er geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor uitstel van vertrek wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.