Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9816

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
NL25.26024
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gegrondverklaring beroep tegen uitzetting

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om gedurende de behandeling van haar beroep tegen de afwijzing van haar aanvraag niet te worden uitgezet. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 16 januari 2026 behandeld, waarbij zowel de gemachtigde van verzoekster als die van de minister aanwezig waren.

Op 23 april 2026 heeft de rechtbank het beroep van verzoekster gegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.

Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard; de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.26024

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoekster,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Werner)
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekster tot het treffen van de voorlopige voorziening om gedurende de behandeling van haar beroep tegen de afwijzing van haar aanvraag niet te worden uitgezet.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister. Ook referent was aanwezig.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag [1] heeft de rechtbank het beroep van verzoekster gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
3. Nu het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoekster. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,- (één punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening, met een waarde van
€ 934,- per punt).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.NL25.60757.