Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
6.1. Verweerder heeft op 23 september 2024 een taalanalyse laten uitvoeren door Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT), omdat er twijfel bestond over eisers herkomst. Uit het rapport van de taalanalyse van 22 oktober 2024 blijkt dat het Somalisch van eiser eenduidig niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen [regio 1], maar volledig overeenkomt met het Somalisch zoals dat gangbaar is in [regio 2] (Somaliland). In het rapport zijn ook voorbeelden genoemd waarop deze conclusie is gebaseerd. TOELT heeft geconcludeerd dat het niet aannemelijk is dat eiser langere tijd in het gestelde herkomstgebied heeft verbleven. In reactie op eisers zienswijze van 23 oktober 2025 heeft TOELT op 30 oktober 2025 een weerwoord uitgebracht. In dit weerwoord is door een linguïst verbonden aan TOELT gereageerd op een aantal kanttekeningen die in de zienswijze zijn geplaatst bij het rapport van de taalanalyse.
6.2. Uit vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter [4] volgt dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van de juistheid van een door TOELT verrichte taalanalyse. Als verweerder een taalanalyse ten grondslag legt aan zijn besluitvorming, moet hij zich er wel van vergewissen dat deze analyse zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is, en de getrokken conclusies daarop aansluiten. De vreemdeling heeft de mogelijkheid om door middel van een contra-expertise zijn gestelde herkomst alsnog aannemelijk te maken.