ECLI:NL:RBDHA:2026:9803
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen aanvraag Nederlandse ID-kaart
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een Nederlandse ID-kaart, die door verweerder buiten behandeling is gesteld op grond van het verlies van het Nederlanderschap van haar moeder. Verzoekster stelde bezwaar in en vroeg om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster beschikt over de Nederlandse nationaliteit en een geldig paspoort, en dat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij op korte termijn problemen zal ondervinden door het buiten behandeling stellen van haar aanvraag. Ook is de door haar gestelde stress onvoldoende onderbouwd met objectieve medische informatie, waardoor het spoedeisend belang ontbreekt.
Daarnaast is het besluit niet evident onrechtmatig, omdat de complexe rechtsvraag over het verlies van het Nederlanderschap van de moeder van verzoekster nader onderzoek vereist, wat in de bezwaarprocedure zal plaatsvinden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het besluit is niet evident onrechtmatig.