ECLI:NL:RBDHA:2026:9802
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vervallen Nederlanderschap en paspoort
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit dat haar Nederlandse paspoort van rechtswege is vervallen vanwege het verlies van het Nederlanderschap door haar moeder. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om haar Nederlanderschap te behouden en haar paspoort te mogen houden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft omdat zij nog over een geldig [land 1] paspoort beschikt en de Nederlandse reisdocumenten niet hoeven te worden ingeleverd gedurende de bezwaarprocedure. Ook is onvoldoende onderbouwd dat zij op korte termijn problemen zal ondervinden of dat zij objectief medisch onderbouwde stress ervaart.
Daarnaast is het besluit niet evident onrechtmatig omdat de complexe rechtsvraag over het verlies van het Nederlanderschap van verzoekster door haar moeder nader onderzoek vereist, onder meer door advies van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en consultatie van [land 2] autoriteiten.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af zonder zitting en zonder griffierechtvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.