ECLI:NL:RBDHA:2026:9786

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
NL26.10913
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N. van Luijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep

Deze zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure over een asielaanvraag. Verzoekster, samen met haar minderjarige kinderen, had een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie was afgewezen. Verzoekster was het niet eens met deze afwijzing en stelde beroep in bij de rechtbank.

Op 10 april 2026 vond de zitting plaats waarin het verzoek om voorlopige voorziening werd behandeld. Zowel verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister waren hierbij aanwezig. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en geconcludeerd dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. van Luijk en griffier D.G. van den Berg en is openbaar gemaakt op 23 april 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.10913

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1], verzoekster,

V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
mede namens haar minderjarige kinderen,

[naam 2],

V-nummer:[v-nummer],
geboren op [geboortedatum],
nationaliteit: Nigeriaanse,

[naam 3],

V-nummer:[v-nummer],
geboren op [geboortedatum],
nationaliteit: Nigeriaanse/Duitse,

[naam 4],

V-nummer:[v-nummer],
geboren op [geboortedatum],
nationaliteit: Nigeriaanse/Duitse,

[naam 5],

V-nummer:[v-nummer],
geboren op [geboortedatum],
nationaliteit: Nigeriaanse,
en

de minister van Asiel en Migratie.

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van verzoekster. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Zij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, een tolk en de gemachtigde van de minister.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.10913, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. van Luijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.