Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
De bewaring krachtenshet
eerste lid, onderdeel a, b of c, kan worden verlengd met ten hoogste drie maanden indien de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder h.
dezelfde wettelijke grondslag(cursivering rechtbank) als waarop die is opgelegd. De maatregel van bewaring is op 15 januari 2026 opgelegd op de wettelijke grondslagen van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw [1] . In het verlengingsbesluit staat echter dat de maatregel van bewaring, met toepassing van artikel 59b, derde lid, van de Vw, wordt verlengd op de grondslag van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Op deze wettelijke grondslag was de maatregel van bewaring van 15 januari 2026 echter niet gebaseerd. Met het verlengingsbesluit heeft de minister de maatregel van bewaring dus laten voortduren op een andere wettelijke grondslag dan de grondslag waarop de maatregel van bewaring oorspronkelijk was gebaseerd. Naar het oordeel van de rechtbank biedt artikel 59b, derde lid, van de Vw hiervoor geen basis. Het omzetten van de maatregel naar een andere wettelijke grondslag kan niet worden aangemerkt als ‘verlengen’, in de zin van artikel 59b, derde lid, van de Vw. Indien de minister de maatregel op een andere wettelijke grondslag had willen baseren, had hij een nieuwe maatregel moeten opleggen en niet de maatregel moeten verlengen met toepassing van artikel 59b, derde lid, van de Vw.