ECLI:NL:RBDHA:2026:977

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
NL25.53137 en NL25.53138
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag en verzoek om voorlopige voorziening in verband met problemen met de Ava drugsbende

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 7 januari 2026, met zaaknummers NL25.53137 en NL25.53138, wordt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag behandeld. Eiser, die stelt de Sri Lankaanse nationaliteit te hebben, heeft op 9 oktober 2025 een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend. Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie op 26 oktober 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft problemen met de Ava drugsbende, waarbij hij beweert dat hij is ontvoerd en seksueel misbruikt. De rechtbank heeft op 11 december 2025 de zaak behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de minister en een tolk.

De rechtbank oordeelt dat de minister de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig acht, maar de problemen met de Ava drugsbende niet. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd om zijn asielmotieven te onderbouwen. De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen, omdat eiser zijn aanvraag enkel heeft ingediend om uitzetting te verijdelen. Eiser kan zich niet vinden in deze beslissing en voert aan dat zijn verklaringen over de ontvoering door de Ava drugsbende geloofwaardig zijn, ondersteund door littekens. De rechtbank oordeelt echter dat de verklaringen van eiser niet samenhangend zijn en dat hij onvoldoende documenten heeft overgelegd.

De rechtbank wijst ook het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat er geen aanleiding is voor uitstel van vertrek op medische gronden. Eiser heeft niet aangetoond dat hij onder behandeling staat voor zijn suïcidegedachten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.53137 en NL25.53138
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D.A.H. van den Tillaar).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1 Eiser heeft op 9 oktober 2025 een opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 26 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
1.2
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op de zitting van 11 december 2025 behandeld
.Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A.P. Shanthan als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2.
Eiser stelt de Sri Lankaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 2001. Hij heeft een opvolgende aanvraag ingediend omdat hij tijdens zijn eerste procedure niet zijn werkelijke relaas heeft verteld. Hij heeft zijn stiefvader betrapt op drugssmokkel en wilde hiervan aangifte doen. Bij het politiebureau werd hij weggestuurd en kreeg hij te horen dat hij op een andere dag moest terugkomen. Toen eiser vervolgens naar huis ging, zijn daar leden van de Ava drugsbende binnengevallen en is hij meegenomen. Eiser is vastgehouden en seksueel misbruikt. Nadat hij de bendeleden had beloofd dat hij geen aangifte zou doen, is hij vrijgelaten. Daarna is eiser eerst naar huis teruggekeerd, maar is hij uiteindelijk voor zijn veiligheid naar een vriend in Colombo gegaan. Daar heeft een schietincident plaatsgevonden dat op eiser gericht was, waarna eiser is gevlucht naar Kandy. Met hulp van een reisagent heeft hij vervolgens Sri Lanka kunnen verlaten. In Roemenië is hem verteld dat hij niet zijn eigen verhaal moest vertellen, waardoor hij tijdens zijn eerdere asielaanvraag niet het werkelijke relaas heeft verteld. Bij terugkeer naar Sri Lanka vreest eiser door de Ava-drugsbende te worden gedood.
Wat heeft verweerder besloten?
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- de problemen met de Ava drugsbende.
3.1
Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De problemen met de Ava drugsbende vindt verweerder niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die zijn asielmotief volledig onderbouwen. Het asielmotief is niet alsnog geloofwaardig. Eiser heeft namelijk onvoldoende documenten gegeven en heeft daarvoor geen goede verklaring [2] , zijn verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel [3] en eiser kan in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd [4] . Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat hij zijn aanvraag enkel heeft ingediend om uitzetting uit te stellen of te verijdelen [5] en omdat zijn aanvraag een opvolgende aanvraag is, die niet niet-ontvankelijk is verklaard. [6]
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Eiser heeft zeer eenduidig verklaard omtrent de ontvoering door de Ava-drugbende, hetgeen onder meer wordt ondersteund door zijn littekens. Ten onrechte heeft verweerder hem tegengeworpen dat hij met onbekende bestemming (MOB) zou zijn vertrokken, nu zijn verhuizing naar een nieuw adres heeft plaatsgevonden met instemming van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Tot slot heeft verweerder ten onrechte geen uitstel van vertrek verleend in verband met zijn medische situatie. In dit kader verwijst eiser naar twee niet gepubliceerde uitspraken van de rechtbank Den Haag. [7] Wat is het oordeel van de rechtbank?
Geloofwaardigheid problemen met de Ava drugsbende
5. Eiser heeft in beroep niet bestreden dat hij onvoldoende documenten heeft gegeven en daarvoor geen goede verklaring heeft. Verweerder heeft mogen vinden dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De enkele stelling dat eiser zeer eenduidig is in zijn verklaringen dat de Ava drugsbende hem heeft ontvoerd, weegt niet op tegen het uitvoerig gemotiveerde standpunt van verweerder dat eiser dit asielmotief niet eerder naar voren heeft gebracht, dat zijn verklaringen tegenstrijdig zijn met zijn eerdere verklaringen, dat zijn verklaringen zijn gebaseerd op vermoedens en dat zijn verklaringen over de beschieting in Colombo summier, oppervlakkig en niet plausibel zijn.
5.1
Gelet op wat in beroep en op zitting is aangevoerd, kan verweerder niet worden gevolgd in zijn standpunt dat eiser niet op grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd, omdat hij MOB zou zijn vetrokken. Daarbij is van belang dat eiser stelt dat hij met toestemming van het COA is gaan wonen bij zijn zus, dat hij zijn nieuwe adres bij zijn zus aan het COA heeft doorgegeven en dat eiser het COA heeft verzocht zijn post naar dit adres door te sturen, wat het COA ook heeft gedaan. Ook heeft eiser van de IND twee keer een tewerkstellingsvergunning gekregen, waar het adres van zijn zus op was vermeld. Verweerder wist dus volgens eiser wel degelijk waar hij verbleef en zijn bestemming was dus niet onbekend. De enkele stelling van verweerder dat dit niet blijkt uit zijn informatie, is onvoldoende om verweerder in zijn standpunt te kunnen volgen. Dit laat echter onverlet dat, gelet op hetgeen is overwogen onder 5., de rechtbank van oordeel is dat verweerder het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig heeft mogen achten als het gaat om de gestelde problemen met de Ava drugsbende.
Had verweerder uitstel van vertrek moeten verlenen vanwege medische omstandigheden?
6. Verweerder heeft mogen afzien van een inhoudelijke beoordeling of eiser in aanmerking komt voor uitstel van vertrek om medische redenen op grond van artikel 64 van de Vw, omdat eiser zijn medische situatie onvoldoende heeft onderbouwd. Eiser heeft een verwijsbrief van 10 november 2025 overgelegd waaruit zou moeten blijken dat hij suïcidegedachten heeft, maar daaruit blijkt niet dat hij onder behandeling staat. Verder is vermeld dat eiser heeft verklaard nooit een poging tot suïcide te hebben gedaan, zichzelf onder controle te hebben en in staat te zijn om zijn suïcidegedachten te verzetten.
Het beroep van gemachtigde op de aangehaalde uitspraken maakt dit oordeel niet anders. In de uitspraak van 17 oktober 2025 [8] was sprake van epilepsie en een overgelegd medisch dossier waaruit een ziekenhuisopname, een verricht hersenonderzoek en een medicamenteuze behandeling blijkt. Dat was te serieus om terzijde te kunnen schuiven, aldus de rechtbank. Dit alles is in het geval van eiser niet aan de orde, zodat de uitspraak niet vergelijkbaar is. In de uitspraak van 26 september 2025 [9] was sprake van daadwerkelijke suïcidepogingen en medische omstandigheden die ten grondslag lagen aan de asielaanvraag. De rechtbank heeft geoordeeld dat verweerder in die zaak niet alle medische omstandigheden van eiser bij zijn oordeel had betrokken en daarom het beroep gegrond verklaard. Ook dat is in deze zaak niet aan de orde, zodat ook deze uitspraak niet vergelijkbaar is. De beroepsgrond slaagt dus niet.
Mocht verweerder de aanvraag als kennelijk ongegrond afdoen?
7. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat verweerder de asielaanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, onder f, en onder g, van de Vw. Eiser heeft hiertegen geen beroepsgronden aangevoerd. Alleen al daarom blijft de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond in stand.

Conclusie en gevolgen

8. Verweerder heeft de aanvraag mogen afwijzen. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
9. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. N. Bagheri, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, Vw en artikel 30b, eerste lid, aanhef
2.Artikel 31, zesde lid, onder b van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw).
3.Artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw.
4.Artikel 31, zesde lid, onder e van de Vw.
5.Artikel 30b, eerste lid, onder g, van de Vw.
6.Artikel 30b, eerste lid, onder g, van de Vw.
7.NL25.35857 en NL25.35858 en NL25.30033 en NL25.30034.
8.NL25.35857 en NL25.35858.
9.NL25.30033 en NL25.30034.