ECLI:NL:RBDHA:2026:9764
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vervallen Nederlandse identiteitskaart en nationaliteitsverlies
Verzoekster, geboren in 1965 en van Nederlandse afkomst, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit dat haar Nederlandse identiteitskaart van rechtswege is vervallen vanwege het verkrijgen van de [land 2] nationaliteit door naturalisatie in 1989. Verzoekster betoogt dat zij haar Nederlandse nationaliteit niet heeft verloren en dat het besluit onevenredige gevolgen heeft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is omdat verweerder heeft toegezegd dat verzoekster en haar kinderen hun Nederlandse ID-kaarten niet hoeven in te leveren gedurende de bezwaarprocedure en hun persoonsgegevens niet worden opgenomen in het Register Paspoortsignaleringen. Daarnaast is het besluit niet evident onrechtmatig omdat de complexe rechtsvraag over het verlies van de nationaliteit nader onderzoek vereist.
De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukt dat de bezwaarprocedure het juiste middel is om de zaak inhoudelijk te beoordelen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en niet evident onrechtmatig besluit.