ECLI:NL:RBDHA:2026:9759
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging maatregel van bewaring wegens procedurele tekortkomingen
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd aanvankelijk op 5 september 2025 in bewaring gesteld. Na een asielaanvraag en een verzwaarde belangenafweging werd de bewaring op 10 april 2026 met twaalf maanden verlengd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde dat het verlengingsbesluit niet voldeed aan materiële en procedurele vereisten, met name dat hij niet op de hoogte was gesteld van de voorgenomen verlenging en geen gelegenheid had zijn zienswijze te geven.
De rechtbank oordeelde dat de minister niet had voldaan aan de procedurele voorwaarden zoals opgenomen in de Vreemdelingencirculaire 2000 (A5/6.8). Hoewel de minister een verzwaarde belangenafweging had gemaakt, was dit niet gelijk aan een rechtmatig verlengingsbesluit. Eiser was niet geïnformeerd over de verlenging en kon zijn zienswijze niet kenbaar maken, waardoor de maatregel onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hief de maatregel van bewaring op met ingang van 23 april 2026 en kende eiser een schadevergoeding toe van €1.680,- voor 14 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten van €1.868,- aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter D. Verduijn en griffier E. Mulder en is openbaar gemaakt op 23 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding toegekend.