Partijen, ex-samenwoners met vier minderjarige kinderen, zijn gezamenlijk eigenaar van een woning die zij willen verdelen na beëindiging van hun samenlevingsovereenkomst. De vrouw verliet de woning en wil deze overnemen, ondersteund door een hypotheekadviseur die bevestigt dat zij de financiering kan verkrijgen. De man wenst eveneens de woning te behouden en stelt financiële middelen beschikbaar te hebben, maar onderbouwt dit niet.
De rechtbank stelt vast dat beide partijen een aanzienlijk belang hebben bij de woning, mede vanwege de zorg voor de kinderen. De vrouw heeft concreet aangetoond de woning te kunnen financieren, terwijl de man dit onvoldoende heeft onderbouwd. Daarom wordt de woning voorwaardelijk aan de vrouw toegedeeld, met een termijn om aan te tonen dat zij de man kan uitkopen en ontslaan uit de hypotheekverplichting. Indien zij hier niet aan voldoet, krijgt de man dezelfde mogelijkheid. Indien ook hij niet kan voldoen, wordt de woning verkocht.
Verder wordt vastgesteld dat de vrouw een privé-investering van € 24.000 heeft gedaan bij aankoop van de woning, welke bij de verdeling wordt meegenomen. De inboedel, caravan, appelboom en huisdieren worden verdeeld conform overeenstemming tussen partijen. De vrouw vordert vergoeding van te veel betaalde huishoudkosten, maar de rechtbank oordeelt dat partijen stilzwijgend een gelijke verdeling van deze kosten zijn overeengekomen, zodat deze vordering wordt afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en regelt gedetailleerd de wijze van taxatie, toedeling, verkoop en kostenverdeling van de woning en overige goederen.