Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9753

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
692006
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:5 BWArt. 3:166 BWArt. 3:185 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling woning en gemeenschappelijke goederen na beëindiging samenlevingsovereenkomst

Partijen, ex-samenwoners met vier minderjarige kinderen, zijn gezamenlijk eigenaar van een woning die zij willen verdelen na beëindiging van hun samenlevingsovereenkomst. De vrouw verliet de woning en wil deze overnemen, ondersteund door een hypotheekadviseur die bevestigt dat zij de financiering kan verkrijgen. De man wenst eveneens de woning te behouden en stelt financiële middelen beschikbaar te hebben, maar onderbouwt dit niet.

De rechtbank stelt vast dat beide partijen een aanzienlijk belang hebben bij de woning, mede vanwege de zorg voor de kinderen. De vrouw heeft concreet aangetoond de woning te kunnen financieren, terwijl de man dit onvoldoende heeft onderbouwd. Daarom wordt de woning voorwaardelijk aan de vrouw toegedeeld, met een termijn om aan te tonen dat zij de man kan uitkopen en ontslaan uit de hypotheekverplichting. Indien zij hier niet aan voldoet, krijgt de man dezelfde mogelijkheid. Indien ook hij niet kan voldoen, wordt de woning verkocht.

Verder wordt vastgesteld dat de vrouw een privé-investering van € 24.000 heeft gedaan bij aankoop van de woning, welke bij de verdeling wordt meegenomen. De inboedel, caravan, appelboom en huisdieren worden verdeeld conform overeenstemming tussen partijen. De vrouw vordert vergoeding van te veel betaalde huishoudkosten, maar de rechtbank oordeelt dat partijen stilzwijgend een gelijke verdeling van deze kosten zijn overeengekomen, zodat deze vordering wordt afgewezen.

De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en regelt gedetailleerd de wijze van taxatie, toedeling, verkoop en kostenverdeling van de woning en overige goederen.

Uitkomst: De woning wordt voorwaardelijk aan de vrouw toegedeeld met mogelijkheid voor de man om de woning over te nemen, en de overige gemeenschappelijke goederen en kosten worden verdeeld conform de overeenkomst en het vonnis.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/692006 / HA ZA 25-835
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
[eiseres]te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. B. Beekman te Noordwijk,
tegen
[gedaagde]te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat: mr. P.F.D.P. de Milliano te Katwijk.
Partijen worden hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 18 september 2025, met producties 1 tot en met 7;
  • de conclusie van antwoord, met één productie;
  • de brief met producties 8 en 9 van de vrouw van 19 februari 2026;
  • de brief van de man van 20 februari 2026.
1.2.
Op 11 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Daarbij waren partijen aanwezig, bijgestaan door hun advocaten. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij hebben samen vier minderjarige kinderen.
2.2.
Op 15 juli 2010 hebben partijen een samenlevingsovereenkomst met elkaar gesloten. Daarin is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald:
GEMEENSCHAPPELIJKE HUISHOUDING
Artikel 3
(…)
2. Partijen verplichten zich naar evenredigheid van hun inkomen bij te dragen in de kosten van de gemeenschappelijke huishouding.
Onder inkomen wordt verstaan het begrip inkomen als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001,verminderd met de daarover verschuldigde belasting op inkomen en premieheffing-volksverzekeringen.
(…)
GEMEENSCHAPPELIJKE INBOEDEL
Artikel 5
De inboedel (in de zin van artikel 3:5 Burgerlijk Pro Wetboek), aangeschaft voor de gemeenschappelijke huishouding, alsmede vervoermiddelen, zullen partijen ieder voor de onverdeelde helft toebehoren.
Hiervan zijn uitdrukkelijk uitgesloten de goederen die behoren tot een door één van de partijen uitgeoefend bedrijf of vrij beroep.
GEMEENSCHAPPELIJK BEWOONDE WONING
Artikel 6
(…)
3. Indien partijen gezamenlijk wonen in een woning welke één van hen toebehoort, heeft deze geen recht op vergoeding door de andere partij behoudens het in artikel 4 lid 3 bepaalde Pro.
4. Indien door partijen een door hen gezamenlijk te bewonen woning en/of een door hen gezamenlijk te gebruiken tweede woning gezamenlijk wordt verkregen, zal de partij die uit eigen middelen meer dan haar aandeel van de koopsom en de kosten heeft betaald voor het meerdere een vordering hebben op de andere partij. Deze vordering is opeisbaar bij vervreemding van de woning en bij ontbinding van deze overeenkomst.
De vordering zal geen rente dragen. Vanaf het moment van opeisbaarheid van de
vordering is de wettelijke rente verschuldigd.”
2.3.
Partijen zijn samen, ieder voor de onverdeelde helft, eigenaar van de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning). De woning is nog belast met een hypotheek met een restschuld van thans € 285.500 en er wordt een bedrag gespaard in de hypotheek van € 80.897,70 (stand mei 2025). Dit bedrag loopt iedere maand op door inleg in dit spaardeel. De woning is op 2 september 2024 in opdracht van beide partijen getaxeerd op een waarde van € 650.000.
2.4.
De vrouw heeft de woning in mei 2025 verlaten. De man is in de woning blijven wonen. De samenlevingsovereenkomst is toen geëindigd.
2.5.
De vrouw heeft op 25 juli 2025 het volgende WhatsApp-bericht aan de man gestuurd:
“Ik heb een berekening gemaakt van onze vaste lasten (huis, verzekeringen tv, contributies, et cetera) per maand en wat er aan teruggaves en toeslagen op onze rekening komt per maand. Volgens deze berekening is het genoeg als we allebei 600 euro per maand overmaken naar de gezamenlijke rekening. Dan betalen we vanaf nu boodschappen, kleding, en andere niet-vaste (pin)uitgave van onze eigen rekening. Ook alle uitgaven op de vakanties. Ik zag dat jij al geld had overgemaakt voor deze maand. Boek jij wat je teveel hebt overgemaakt zelf terug of zal ik dat doen?”
De man heeft hierop dezelfde dag per WhatsApp-bericht onder meer gereageerd:
“Doe jij maar.”
2.6.
Op 8 augustus 2025 heeft de hypotheekadviseur van de vrouw het volgende e-mailbericht aan de vrouw gestuurd:
“Hierbij bevestig ik dat jij op basis van de ingeleverde stukken en besproken feiten de woning kunt behouden en jouw ex-partner kunt uitkopen. Jouw ex-partner zal dan hoofdelijk ontslagen worden uit zijn verplichting richting de gezamenlijke hypotheek en de hypotheek zal verhoogd worden voor de uitkoop en kosten.
Er is een goede inschatting gemaakt van de te verwachten uitkoopsom en op basis hiervan acht ik de hypotheek haalbaar.
Uiteraard is altijd het eindoordeel aan de bank, maar ik heb er alle vertrouwen in dat het op basis van de feiten gaat lukken.
Wel heb ik hiervoor een compleet dossier nodig een convenant waaruit blijkt dat de woning aan jou wordt toebedeeld en waarin de hoogte van de uitkoopsom wordt genoemd. Zonder complete scheidingsstukken zal de bank de aanvraag niet in behandeling nemen.”
Op 13 februari 2026 heeft deze hypotheekadviseur per e-mail de inhoud van dit schrijven nogmaals aan de vrouw bevestigd.
2.7.
Partijen hebben getracht het geschil door middel van mediation op te lossen. Dit heeft echter niet tot een oplossing geleid.

3.Het geschil

3.1.
De vrouw vordert thans bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te verklaren voor recht dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft van € 24.000, vanwege investering van dit bedrag, gekregen uit schenking, door haar bij aankoop van de woning;
de verdeling vast te stellen van de woning ex artikel 3:185 BW Pro en te gelasten:
primair, dat de woning aan de vrouw zal worden toegedeeld tegen een waarde van € 650.000, onder de voorwaarde dat de vrouw de man zal doen laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en aan de man voldoet het aan hem toekomende deel van de overwaarde;
subsidiair, dat de onroerende zaak zal worden verkocht en geleverd aan derden, waarbij de man, voor zover nodig, wordt veroordeeld om binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan verkoop en overdracht van de woning, via een door de vrouw aan te wijzen notaris, waarbij onder verkoop mede wordt begrepen het aanstellen van een makelaar door de vrouw en het tekenen van het koopcontract door de man en het toelaten van bezichtigingen in de woning op straffe van een dwangsom van € 500 per dag waarin de man nalatig blijft aan deze veroordeling te voldoen;
3. primair, te bepalen dat bij toedeling van de woning uit de vastgestelde overwaarde, dan wel bij verkoop van de woning uit de netto-opbrengst, € 24.000 aan de vrouw toekomt en de alsdan resterende overwaarde voor de helft aan partijen toekomt;
subsidiair, te bepalen dat bij toedeling van de woning uit de vastgestelde overwaarde, dan wel bij verkoop van de woning uit de netto-opbrengst, de helft aan partijen toekomt en tevens te bepalen dat de man aan de vrouw een bedrag van € 12.000 dient te voldoen uit hoofde van het aan de vrouw toekomende vergoedingsrecht;
4. de verdeling vast te stellen van de overige gemeenschappelijke zaken, meer in het bijzonder te bepalen dat:
a. de inboedel wordt verdeeld conform de aan de dagvaarding gehechte lijst;
b. primair, de caravan wordt toegedeeld aan de man en dat hij wordt veroordeeld de helft van de waarde van de caravan te vergoeden aan de vrouw,
subsidiair, de caravan wordt verkocht en dat de opbrengst aan partijen ieder voor de helft toekomt, met dien verstande dat de man dan wordt veroordeeld zijn medewerking te verlenen aan de verkoop van de caravan;
c. de huisdieren aan de vrouw worden toegedeeld, zonder nadere verrekening;
d. de man aan de vrouw dient te voldoen een bedrag van € 36.600 uit hoofde van door de vrouw te veel gedragen kosten van de huishouding;
onder compensatie van de proceskosten, vanwege de familierechtelijke aard van het geschil.
3.2.
De man voert als na te melden verweer.
3.3.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De woning
4.1.
Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning. De woning vormt daarmee een eenvoudige gemeenschap als bedoeld in artikel 3:166 BW Pro. Nu de samenlevingsovereenkomst tussen partijen is beëindigd, zijn partijen op grond van artikel 9 lid 2 van Pro de samenlevingsovereenkomst verplicht de gemeenschappelijke goederen te verdelen.
4.2.
Partijen kunnen het niet eens worden over de vraag wie er in de woning mag blijven wonen. Daarom zal de rechtbank over de toedeling beslissen op grond van artikel 3:185 BW Pro. De rechtbank dient daarbij rekening te houden met de belangen van beide partijen.
4.3.
De vrouw heeft aangevoerd dat de woning aan haar toegedeeld dient te worden, zodat er rust komt voor de kinderen en omdat de vrouw inmiddels haar sociale leven in [plaats] heeft opgebouwd. Voorts heeft de vrouw aangevoerd dat zij de financiering kan verkrijgen om de man uit te kopen tegen de getaxeerde waarde van € 650.000 en zelfs tot € 700.000 (en iets daarboven). De vrouw heeft ter onderbouwing een e-mail van de hypotheekadviseur van 8 augustus 2025 overgelegd en ter zitting aanvullend verklaard dat de hypotheekadviseur ook heeft berekend dat de vrouw de woning kan overnemen als de getaxeerde waarde van de woning hoger uitvalt (tot € 700.000). Verder heeft de vrouw ter zitting toegelicht dat er ook in dat geval nog ruimte over is en dat ze nog spaargeld heeft.
4.4.
De man heeft bij brief van 20 februari 2026 zijn wens uitgesproken om de woning toegedeeld te krijgen wegens gewijzigde omstandigheden. Hij heeft mondeling nader toegelicht dat hij een stuk grond aan zijn buurman kan verkopen voor € 100.000 en dat hij financiële hulp van zijn vader kan krijgen. De man heeft zich op het standpunt gesteld dat de woning aan hem toegedeeld dient te worden, omdat hij graag in [plaats] wil blijven wonen en veel werk in de woning heeft gestopt.
4.5.
De rechtbank stelt vast dat beide partijen een aanzienlijk belang hebben bij behoud van de woning. Beide partijen hebben te kennen gegeven in [plaats] te willen blijven wonen en zij dragen de zorg voor de minderjarige kinderen bij helfte. Zij voeren die zorgregeling nu in de woning uit. Voor de rechtbank is hierom in dit geval beslissend wie de woning kan financieren. De vrouw heeft, meer dan de man, duidelijk gemaakt dat zij dat daadwerkelijk kan. Zij heeft daartoe een e-mails van haar hypotheekadviseur overgelegd en toegelicht dat zij de woning ook bij een hogere taxatiewaarde van € 700.000 (en iets daarboven) kan overnemen. De man heeft niet betwist dat de vrouw, gezien haar huidige hogere jaarinkomen, de woning kan overnemen. Aan de kant van de man geldt dat hij tijdens het mediationtraject niet in staat was om de woning over te nemen en dat hij in deze procedure pas op het allerlaatst heeft aangegeven dat hij de woning wil en kan overnemen. Daar komt bij dat de vrouw heeft betwist dat de man daadwerkelijk in staat is de woning over te nemen en de man zijn stellingen – dat hij € 100.000 ter beschikking kan krijgen door de verkoop van een stuk grond en dat hij financiële hulp van zijn vader kan krijgen – op geen enkele manier heeft onderbouwd.
4.6.
Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de woning opnieuw zal worden getaxeerd en dat deze taxatie voor hen bindend zal zijn.
4.7.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de woning aan de vrouw wordt toegedeeld onder de opschortende voorwaarde dat zij binnen drie maanden na de datum van het nieuwe taxatierapport aan de man schriftelijk aantoont dat zij in staat is (i) de volledige eigendom van de woning te verkrijgen met uitkoop van de man en (ii) de man te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld.
4.8.
De rechtbank zal bepalen dat partijen ieder binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis een makelaar aanwijzen. De twee aangewezen makelaars zullen vervolgens gezamenlijk een derde, onafhankelijke makelaar aanwijzen. Deze derde makelaar zal worden belast met het verrichten van de taxatie van de woning en, indien de woning niet aan een van partijen kan worden toegedeeld, met de verkoop van de woning aan een derde.
4.9.
Als de vrouw binnen de genoemde termijn genoegzaam en schriftelijk aantoont dat zij in staat is de woning onder voormelde voorwaarden over te nemen, moet de man meewerken aan levering van de woning aan de vrouw.
4.10.
Als de vrouw niet binnen de genoemde termijn aantoont dat zij in staat is de woning onder voormelde voorwaarden over te nemen, wordt de man in de gelegenheid gesteld te onderzoeken of hij de woning kan overnemen. Indien de man binnen drie maanden na het verstrijken van de voor de vrouw gestelde termijn dan wel nadat is gebleken dat de vrouw niet aan voormelde voorwaarden kan voldoen, indien dit eerder is, aan de vrouw schriftelijk aantoont dat hij in staat is (i) de volledige eigendom van de woning te verkrijgen met uitkoop van de vrouw en (ii) de vrouw te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld, zal de woning aan de man worden toegedeeld.
4.11.
Als de man binnen de genoemde termijn genoegzaam en schriftelijk aantoont dat hij in staat is de woning onder voormelde voorwaarden over te nemen, moet de vrouw meewerken aan levering van de woning aan de man.
4.12.
Als de man niet binnen de genoemde termijn aantoont dat hij in staat is de woning onder voormelde voorwaarden over te nemen, moet de woning worden verkocht en geleverd aan een derde. Nu partijen mede-eigenaar van de woning zijn, acht de rechtbank het redelijk dat zij ieder voor de helft bijdragen in de kosten van de verkoop, waaronder de kosten van de makelaar.
4.13.
De rechtbank zal de wijze van verkoop van de woning aan een derde in het dictum nader bepalen.
Inbreng uit privévermogen bij aankoop woning
4.14.
De vrouw stelt dat zij € 24.000 van haar ouders geschonken heeft gekregen en dit bedrag in de woning heeft geïnvesteerd bij aankoop van de woning. Ter onderbouwing heeft de vrouw een brief van de Belastingdienst betreffende aangifte voor schenkbelasting overgelegd. Derhalve vordert zij op grond van artikel 6 lid 4 van Pro de samenlevingsovereenkomst – kort gezegd – primair te bepalen dat bij toedeling van de woning uit de vastgestelde overwaarde, dan wel bij verkoop van de woning uit de netto-opbrengst, € 24.000 aan de vrouw toekomt en het restant voor de helft aan partijen toekomt en subsidiair te bepalen dat bij toedeling van de woning uit de vastgestelde overwaarde, dan wel bij verkoop van de woning uit de netto-opbrengst, de helft aan partijen toekomt, met veroordeling van de man tot betaling aan de vrouw van een bedrag van € 12.000 uit hoofde van een vergoedingsrecht.
4.15.
De man heeft zijn betwisting van de stelling dat dit bedrag alleen aan de vrouw is geschonken ter zitting niet langer gehandhaafd in verband met de nader door de vrouw overgelegde brief van de Belastingdienst. Het bedrag van € 24.000 zal derhalve als privé-investering van de vrouw meegenomen worden bij de afwikkeling van de verdeling, zoals de vrouw in haar vordering onder 3 primair voorstaat. Het door de vrouw onder 1 gevorderde wordt bij gebrek aan belang afgewezen.
Inboedel
4.16.
De verdeling omtrent de inboedel zal - conform de door partijen ter zitting bereikte overeenstemming - worden vastgesteld conform productie 6 bij de dagvaarding, met uitzondering van de caravan en de appelboom, zonder nadere verrekening. Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de caravan aan de man wordt toegedeeld tegen betaling door de man aan de vrouw van een bedrag van € 1.500. Verder zijn partijen ter zitting overeengekomen dat de appelboom aan de vrouw wordt toegedeeld en dat de man deze naar de vrouw zal brengen, zonder nadere verrekening. Partijen zullen in onderling overleg een afspraak maken over de datum en het tijdstip daarvan.
Huisdieren
4.17.
De huisdieren met uitzondering van de kat worden – conform de ter zitting door partijen bereikte overeenstemming – aan de vrouw toegedeeld, waarbij de rechtbank begrijpt dat deze toedeling zonder nadere verrekening geschiedt.
4.18.
Partijen zijn het erover eens dat de kat de woning dient te volgen, maar verschillen van mening over de toedeling van de woning. De rechtbank zal bepalen dat de kat wordt toegedeeld aan de vrouw, tenzij de woning aan de man wordt toegedeeld, in welk geval de kat aan de man wordt toegedeeld, alles zonder nadere verrekening. Hierbij heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de vrouw ook de andere huisdieren overneemt en, zo begrijpt de rechtbank hieruit, kennelijk in beginsel de meest gerede partij is om de kat over te nemen. Bovendien is zo ook beslist voor de situatie dat de woning onverhoopt aan een derde moet worden verkocht.
Kosten huishouding
4.19.
Tot slot stelt de vrouw dat zij gedurende de relatie en samenwoning meer dan naar rato van haar inkomen heeft bijgedragen aan de kosten van de huishouding, terwijl partijen in artikel 3 van Pro de samenlevingsovereenkomst hebben afgesproken dat zij naar evenredigheid van hun inkomen zouden bijdragen aan de kosten van de huishouding. Op grond van het inkomen had de vrouw ongeveer 30% moeten bijdragen en de man ongeveer 70%. De vrouw had naar haar mening dus ongeveer € 65.400 moeten bijdragen, zodat zij een bedrag van ongeveer € 36.600 te veel heeft bijgedragen.
4.20.
De man stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst ten aanzien van de kosten van de huishouding stilzwijgend is gewijzigd. Partijen hebben sinds 2010 een samenlevingsovereenkomst maar zij hebben sindsdien de kosten van de huishouding feitelijk bij helfte gedragen, in die zin dat ieder van hen bepaalde uitgaven voor zijn rekening nam. Het gedrag van de vrouw hieromtrent verzet zich tegen een andere zienswijze. De vrouw heeft nooit bezwaar gemaakt tegen deze gang van zaken of een andere verdeling voorgesteld. Integendeel, uit haar WhatsApp-bericht aan de man van 25 juli 2025 blijkt dat ook zij uitging van een gelijke verdeling van de kosten van de huishouding.
4.21.
Ter zitting is komen vast te staan dat partijen, in afwijking van de samenlevingsovereenkomst, de kosten van de huishouding feitelijk bij helfte zijn blijven voldoen, ook in de periode waarin het inkomen van de vrouw substantieel lager was dan dat van de man. De vrouw heeft ter zitting toegelicht dat dit de gang van zaken was, omdat zij gelijkwaardigheid binnen de relatie wilde en ook om de kosten van huishouding te kunnen blijven betalen. De vrouw heeft nooit kenbaar gemaakt dat zij zich daarmee niet kon verenigen. Onder deze omstandigheden moet worden aangenomen dat partijen stilzwijgend een gelijke verdeling van de kosten van de huishouding zijn overeengekomen. De vordering van de vrouw om de man te veroordelen tot voldoening van een bedrag van € 36.600 uit hoofde van door de vrouw te veel gedragen kosten van de huishouding zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.22.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
stelt de verdeling van de tussen partijen bestaande eenvoudige gemeenschap van woning als volgt vast:
5.1.1.
binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis moeten partijen ieder een makelaar aanwijzen, welke twee makelaars vervolgens gezamenlijk de makelaar zullen aanwijzen die de waarde van de woning bindend zal vaststellen en, indien de woning niet aan een van partijen kan worden toegedeeld, alle overige werkzaamheden in het kader van de verkoop van de woning zal verrichten;
voorwaardelijke toedeling van de woning aan de vrouw
5.1.2.
de woning wordt toegedeeld aan de vrouw onder de opschortende voorwaarde dat zij binnen een termijn van drie maanden na de datum van het taxatierapport aan de man schriftelijk aantoont dat zij in staat is (i) de volledige eigendom van de woning te verkrijgen met uitkoop van de man en (ii) de man te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld;
5.1.3.
indien de vrouw aan de in 5.1.2 onder (i) en (ii) genoemde voorwaarden heeft voldaan, zal de man (zijn aandeel in) de woning op de door de vrouw bij de notaris geboekte datum bij de notaris leveren aan de vrouw. De man verkrijgt hierdoor een vordering uit hoofde van overbedeling op de vrouw. Deze vordering is gelijk aan de helft van de taxatiewaarde verminderd met de helft van de actuele hypotheekschuld en verminderd met € 24.000. Deze vordering dient de vrouw ter gelegenheid van het transport aan de man te voldoen. De vrouw moet ook de kosten van levering van (het aandeel van de man in) de woning aan haar betalen;
voorwaardelijke toedeling van de woning aan de man
5.1.4.
indien de vrouw niet aan de in 5.1.2 onder (i) en (ii) genoemde voorwaarden heeft voldaan, wordt de man in de gelegenheid gesteld te onderzoeken of hij in staat is de woning over te nemen. De woning wordt in dat geval aan de man toegedeeld onder de opschortende voorwaarde dat hij binnen drie maanden na het verstrijken van de in 5.1.2 voor de vrouw gestelde termijn dan wel nadat is gebleken dat de vrouw niet aan voormelde voorwaarden kan voldoen, indien dit eerder is, aan de vrouw schriftelijk aantoont dat hij in staat is (i) de volledige eigendom van de woning te verkrijgen met uitkoop van de vrouw en (ii) de vrouw te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld;
5.1.5.
indien de man aan de in 5.1.4 onder (i) en (ii) genoemde voorwaarden heeft voldaan, zal de vrouw (haar aandeel in) de woning op de door de man bij de notaris geboekte datum bij de notaris leveren aan de man. De vrouw verkrijgt hierdoor een vordering uit hoofde van overbedeling op de man. Deze vordering is gelijk aan € 24.000 vermeerderd met de helft van de taxatiewaarde verminderd met de helft van de actuele hypotheekschuld. Deze vordering moet de man ter gelegenheid van het transport aan de vrouw voldoen. De man moet ook de kosten van levering van (het aandeel van de vrouw in) de woning aan hem betalen;
verkoop van de woning
5.1.6.
indien de man niet aan de in 5.1.4 onder (i) en (ii) genoemde voorwaarden heeft voldaan, zullen partijen de woning verkopen en leveren aan een derde. Om dat te realiseren zullen partijen gezamenlijk binnen een week na het verstrijken van de onder 5.1.4 genoemde termijn van drie maanden dan wel nadat is gebleken dat de man niet aan voormelde voorwaarden kan voldoen, indien dit eerder is, een verkoopopdracht verstrekken aan de makelaar;
5.1.7.
partijen moeten de makelaar alle medewerking verlenen die nodig is voor de verkoop van de woning, waarbij de man (in ieder geval) moet zorgdragen voor het opruimen van de woning voor het maken van foto’s en het bezichtigen van de woning door potentiële kopers;
5.1.8.
partijen stemmen zo snel als mogelijk in met een op de woning uitgebracht bod als dit ten minste gelijk is aan de door de makelaar vastgestelde laatprijs. Zij ondertekenen binnen vijf dagen na het verzoek hiertoe van de makelaar de koopovereenkomst waarin dit wordt vastgelegd. En zij tekenen op de in de koopovereenkomst vastgestelde leveringsdatum, althans de feitelijke leveringsdatum, de leveringsakte. De levering zal minimaal twee maanden na het ondertekenen van de koopovereenkomst plaatsvinden, tenzij partijen anders overeenkomen;
5.1.9.
partijen dragen ieder de helft van de kosten van de makelaar, van de notaris en van de overige kosten ter zake van de verkoop en levering van de woning;
5.1.10.
partijen zullen uit de verkoopopbrengst van de woning de hypotheekschuld aflossen en de makelaarskosten en notariskosten voldoen. Van het resterende bedrag krijgt de vrouw eerst een bedrag van € 24.000 in verband met de tussen partijen te verrekenen vergoedingen. Het alsdan resterende bedrag moet bij helfte tussen partijen worden verdeeld. In het onwaarschijnlijke geval dat sprake is van een tekort (een onderwaarde), moeten partijen ieder de helft van dit tekort dragen;
5.2.
bepaalt dat aan de vrouw worden toegedeeld:
  • de goederen zoals (met een kruisje ten behoeve van de vrouw aangegeven en) vermeld in de aan dit vonnis gehechte en door partijen overeengekomen inboedellijst (productie 6 bij dagvaarding), met uitzondering van de caravan en de appelboom;
  • de appelboom, zonder nadere verrekening;
  • de huisdieren, met uitzondering van de kat, zonder nadere verrekening;
5.3.
bepaalt dat aan de man worden toegedeeld:
  • de goederen zoals (met een kruisje ten behoeve van de man aangegeven en) vermeld in de aan dit vonnis gehechte en door partijen overeengekomen inboedellijst (productie 6 bij dagvaarding), met uitzondering van de caravan en de appelboom;
  • de caravan, tegen betaling door de man aan de vrouw van een bedrag van € 1.500;
5.4.
bepaalt dat de kat wordt toegedeeld aan de vrouw, tenzij de woning aan de man wordt toegedeeld, in welk geval de kat aan de man wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Alt-van Endt en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
3416