ECLI:NL:RBDHA:2026:9727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Nigeriaanse asielzoeker wegens ongeloofwaardigheid documenten
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 1 oktober 2024 een opvolgende asielaanvraag in met nieuwe documenten ter onderbouwing van zijn asielmotief, met name de politieke activiteiten van zijn overleden broer en de daaruit voortvloeiende risico's bij terugkeer.
De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de documenten door Bureau Documenten als vals werden beoordeeld en het asielmotief onvoldoende geloofwaardig was. Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de documenten vals zouden zijn en dat de vergewisplicht niet was nageleefd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had gegeven om de zorgvuldigheid van het documentonderzoek te betwijfelen en dat de minister niet verplicht was om in detail de afwijkingen te motiveren vanwege vertrouwelijkheid. Ook was het niet aannemelijk dat eiser een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer liep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een verblijfsvergunning af. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter P. Lenstra op 17 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de documenten.