Eiseressen hebben afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen. De rechtbank constateert dat er sprake is van bijzondere omstandigheden en achterstanden in de behandeling van asielaanvragen.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn vast tot uiterlijk 20 mei 2026, waarbij rekening wordt gehouden met zowel het belang van een zorgvuldige beslissing door verweerder als het belang van eiseressen op een spoedige beslissing. De uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn wordt niet overschreden.
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn te beslissen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Daarnaast worden proceskosten van € 467 aan eiseressen toegekend.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie.