ECLI:NL:RBDHA:2026:9716
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging geslachtsnaam minderjarige na instemming en gezagswijziging
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige, ingediend door de moeder en stiefvader. Eerder was het gezamenlijk gezag over de minderjarige aan de moeder en stiefvader toegekend. Destijds kon de minderjarige geen weloverwogen keuze maken over de geslachtsnaam vanwege onvoldoende informatie over haar afkomst.
Na een gesprek met de kinderrechter gaf de minderjarige expliciet aan geen bezwaar te hebben tegen de wijziging van haar geslachtsnaam naar die van haar moeder en stiefvader. De juridische vader, die geen verweer voerde, wordt door de minderjarige niet gekend en zij identificeert zich niet met zijn naam.
Gezien de instemming van de minderjarige, het gezamenlijk gezag en het ontbreken van tegenwerpingen, oordeelde de rechtbank dat het belang van het kind zich niet verzet tegen de naamswijziging. De rechtbank wees het verzoek toe, maar verklaarde de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad om te voorkomen dat de wijziging wordt doorgevoerd voordat de beschikking definitief is geworden.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de geslachtsnaam van de minderjarige na instemming en gezagswijziging.