ECLI:NL:RBDHA:2026:9706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken pleegsituatie en afhankelijkheid
Eisers, van Eritrese nationaliteit, verzochten om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) voor een pleegzoon en een dochter van referente. De minister wees deze aanvragen af wegens onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit en de gezinsband. Eisers stelden dat er sprake was van een pleegsituatie en bijkomende afhankelijkheid, onder meer door zorg na overlijden van de moeder en psychische klachten.
De rechtbank oordeelt dat er geen feitelijke gezinsband bestond op het moment van binnenkomst in Nederland, mede omdat eiser sinds 2015 elders woonde en de zorg vooral door derden werd verleend. Ook is onvoldoende gebleken van financiële, medische of emotionele afhankelijkheid van eiseres ten opzichte van referente. Hoewel verweerder de belangen van de kinderen van eiseres onvoldoende in het besluit had betrokken, werd dit gebrek op de zitting hersteld.
De overige beroepsgronden, waaronder schending van het evenredigheidsbeginsel en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, worden verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtigingen tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.