ECLI:NL:RBDHA:2026:9702
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vreemdeling
De rechtbank Den Haag heeft op 22 april 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een beroep van een vreemdeling tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 11 augustus 2025.
De minister heeft de rechtbank geïnformeerd dat het terugkeerbesluit op 12 februari 2026 is opgeheven en dit schriftelijk aan de gemachtigde van eiser is meegedeeld. Pogingen van de griffier om contact te krijgen met de gemachtigde en het sturen van brieven naar het laatst bekende adres van eiser bleken vruchteloos, aangezien de brieven retour kwamen met de mededeling dat eiser niet meer op dat adres woonachtig is.
De rechtbank oordeelt dat nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen adres bekend is, de veronderstelling geldt dat eiser geen inhoudelijke beoordeling van het beroep verlangt. Omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze veronderstelling onjuist is, ontbreekt het aan procesbelang.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het bestreden besluit niet inhoudelijk. Het besluit blijft in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het bestreden besluit blijft in stand.