Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 3 maart 2026 heeft verweerder de maatregel van bewaring met ten hoogste twaalf maanden verlengd.
Overwegingen
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 heeft gehouden;
8. Verweerder stelt terecht dat hij niet gehouden was in het verlengingsbesluit een (aparte) verzwaarde belangenafweging te maken. In de uitspraak van de Afdeling [2] van
24 december 2019 [3] staat dat verweerder in het verlengingsbesluit conform het beleid in paragraaf A5/6.8 van de Vc moet nagaan of er is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat. De Afdeling overweegt verder dat in het verlengingsbesluit niet nog een aparte verzwaarde belangenafweging dient plaats te vinden.
9. Uit de voortgangsrapportage van 30 maart 2026 volgt dat verweerder
21 april 2026. Ter zitting heeft verweerder nog aangegeven dat is geprobeerd om de presentatie zo snel mogelijk te plannen, maar voor het inplannen van een nieuwe presentatie is verweerder afhankelijk van de Nepalese autoriteiten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee voldoende voortvarend gehandeld en is er nog voldoende zicht op uitzetting aanwezig en dient verweerder vooralsnog in de gelegenheid te worden gesteld het resultaat van het lp-verzoek af te wachten.
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af..
N. Mekenkamp, griffier.De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: