ECLI:NL:RBDHA:2026:9649
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanmaningskosten parkeerbelasting na naheffingsaanslag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanmaningskosten die verweerder, de invorderingsambtenaar van de gemeente Den Haag, in rekening heeft gebracht wegens het niet betalen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De naheffingsaanslag was op 2 juni 2025 opgelegd en de aanmaningskosten van €9 werden op 21 juni 2025 in rekening gebracht. Eiser betoogt dat de naheffingsaanslag niet op juiste wijze bekend is gemaakt, waardoor de aanmaning ten onrechte is verzonden.
De rechtbank overweegt dat eiser geen bezwaar heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslag, waardoor deze in rechte vaststaat. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag op 30 mei 2025 naar het juiste adres van eiser is verzonden, wat een vermoeden van ontvangst rechtvaardigt. De enkele ontkenning van eiser ontzenuwt dit vermoeden niet. De aanmaningskosten zijn daarom terecht in rekening gebracht.
Op de zitting is een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag besproken, maar deze biedt geen aanleiding tot een ander oordeel omdat eiser geen bezwaar of beroep tegen de naheffingsaanslag heeft ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanmaningskosten parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de naheffingsaanslag rechtsgeldig is verzonden en in rechte vaststaat.