Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De kern van de zaak
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
zoals vermeld in de beslissing)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Dexia Nederland B.V. vordert in een vrijwaringsprocedure dat een cliëntenremisier wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade die Dexia aan een cliënte moet betalen wegens effectenleaseovereenkomsten. De cliëntenremisier was betrokken bij het tot stand komen van deze overeenkomsten en zou zonder vergunning financieel advies hebben gegeven.
De rechtbank stelt vast dat de vordering van Dexia een schadevergoedingsvordering betreft die onder het verjaringsregime van artikel 3:310 lid 1 BW Pro valt, met een korte termijn van vijf jaar en een lange termijn van twintig jaar. De objectieve verjaringstermijn van twintig jaar begint te lopen vanaf het moment van de schadeveroorzakende gebeurtenis, hier het financieel advies voorafgaand aan de overeenkomsten van 16 januari 2001.
Omdat meer dan twintig jaar is verstreken sinds het sluiten van de overeenkomsten en Dexia niet heeft gesteld of bewezen dat de verjaring is gestuit, oordeelt de kantonrechter dat de vordering verjaard is. De vordering wordt afgewezen en Dexia wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de tegenpartij.
Uitkomst: De vordering van Dexia wordt afgewezen wegens verjaring; Dexia moet de proceskosten betalen.