Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 30 maart 2026 een asielaanvraag in en stelde dat hij deze op dezelfde dag had ingetrokken. Verweerder stelde eiser op 30 maart 2026 in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank onderzocht de gang van zaken rondom de intrekking van de asielaanvraag en concludeerde dat eiser de aanvraag pas op 3 april 2026 heeft willen intrekken, niet op 30 maart 2026.
De rechtbank baseerde zich op een e-mail van een medewerkster van de Koninklijke Marechaussee en het proces-verbaal van 7 april 2026, waaruit bleek dat eiser zijn asielwens nog steeds had en de aanvraag niet had ingetrokken. Verweerder handelde voortvarend door een nieuwe planning te maken voor de behandeling van de asielaanvraag nadat duidelijk werd dat eiser deze wilde voortzetten.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en dat er sprake was van willekeur, maar de rechtbank vond geen aanleiding om dit te bevestigen. De ambtshalve toets wees uit dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.