Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster],
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
2026beslist op het bezwaarschrift.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en het besluit op bezwaar van de minister van Asiel en Migratie. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De minister heeft op 29 januari 2026 een beslissing genomen op het bezwaarschrift van verzoekster. Verzoekster heeft echter geen beroep ingesteld tegen deze beslissing, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk kan beoordelen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak vervangt de eerdere uitspraak van 15 april 2026 zonder wijziging van de uitspraakdatum. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen beroep is ingesteld tegen het besluit op bezwaar.