ECLI:NL:RBDHA:2026:9594
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing aanvraag vreemdelingen niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Tegen de beslissing op het bezwaarschrift van 29 januari 2026 heeft verzoekster geen beroep ingesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening richt zich op het primaire besluit en het besluit op bezwaar.
De voorzieningenrechter stelt vast dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan als er een lopende beroepsprocedure is tegen het besluit op bezwaar. Omdat verzoekster geen beroep heeft ingesteld, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
Daarom wordt het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende beroepsprocedure.