AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser had een asielaanvraag ingediend waarop de minister na een eerdere uitspraak van de rechtbank van 8 juli 2025 opnieuw moest beslissen. De minister heeft echter geen nieuw besluit genomen binnen de daarvoor geldende termijn. Eiser stelde de minister op 29 januari 2026 in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de minister niet binnen de redelijke termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op van negen weken, waarbij binnen acht weken een gehoor in het kader van de ééndagstoets (EDT) moet plaatsvinden en binnen één week daarna een besluit moet worden genomen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De rechtbank wijst erop dat de wettelijke bepalingen omtrent bestuurlijke dwangsommen in vreemdelingenzaken sinds 15 april 2025 niet meer van kracht zijn, maar dat dit niet van toepassing is in deze zaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de minister een beslistermijn van negen weken op met een dwangsom bij overschrijding.
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: A. Salim).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 8 juli 2025.1 In die uitspraak staat dat de minister opnieuw moet beslissen op de asielaanvraag van eiser. De minister heeft dat vooralsnog niet gedaan. Eiser stelt daarom nu beroep in.
Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3
Is het beroep van eiser ontvankelijk en gegrond?
3. De rechtbank stelt vast dat de minister na de uitspraak van de rechtbank van 8 juli 2025 tot op heden geen nieuw besluit heeft genomen op de aanvraag. De rechtbank heeft de minister in die uitspraak geen termijn gegeven voor het nemen van een nieuw besluit op de asielaanvraag van eiser. Uit vaste rechtspraak volgt dat de minister dan in beginsel moet beslissen binnen dezelfde termijn als de termijn die gold voor het nemen van het vernietigde
1. NL24.37303, niet gepubliceerd.
2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
besluit.4 Dat betekent dat de minister binnen zes maanden na de uitspraak van 8 juli 2025 een nieuw besluit had moeten nemen.5 Hierdoor eindigde de beslistermijn op 8 januari 2026.
4. De rechtbank stelt verder vast dat eiser de minister op 29 januari 2026 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken voorbij zijn gegaan. Het beroep is aldus ontvankelijk en kennelijk gegrond.
Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?
5. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.6 In deze zaak is dit aan de orde.
6. De minister heeft een verweerschrift ingediend, waarin hij heeft verzocht om een nadere beslistermijn van negen weken. Hiertoe heeft hij aangegeven dat eiser nog zal worden uitgenodigd voor de ééndagstoets (EDT), maar dat hij op dit moment geen toezeggingen kan doen over wanneer of binnen welke termijn eiser deze uitnodiging zal krijgen. De minister verzoekt de rechtbank daarom een termijn van acht weken te geven voor het inplannen van een gehoor in het kader van de EDT-procedure. Omdat besluiten in de EDT doorgaans snel worden genomen, volstaat volgens de minister na het gehoor een beslistermijn van één week.
7. De rechtbank honoreert het verzoek van de minister. Dit betekent dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een gehoor in het kader van de EDT-procedure moet afnemen en binnen één week daarna een besluit op de aanvraag bekend moet maken.
Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?
8. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom overeenkomstig het beleid dat de rechtbanken in dit verband hanteren.7 De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-. De rechtbank ziet geen aanleiding om een lagere maximale dwangsom op te leggen, zoals de minister heeft verzocht.
Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd?
9. Eiser heeft de rechtbank verzocht om de hoogte van de bestuurlijke dwangsom vast te stellen.
10. Met ingang van 15 april 2025 zijn in vreemdelingenzaken de wettelijke bepalingen met betrekking tot de bestuurlijke dwangsom niet meer van kracht.8 Dit is slechts anders als de
7 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Zie https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/Paginas/extra-dwangsom.aspx.
8 Stb. 2025, 96.
minister vóór 15 april 2025 niet tijdig heeft beslist én de minister eveneens vóór die datum in gebreke is gesteld. Deze omstandigheid doet zich in deze zaak niet voor. De rechtbank kan de hoogte van de verbeurde dwangsom daarom niet vaststellen.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en dat de minister binnen negen weken alsnog een besluit op de aanvraag bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, verbeurt hij een dwangsom.
12. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser ook een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak een gehoor in het kader van de EDT-procedure af te nemen en binnen één week na het gehoor een besluit op de aanvraag bekend te maken, in ieder geval
bepaalt dat de minister aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 april 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.