ECLI:NL:RBDHA:2026:9527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid en niet voldoen aan voorwaarden Vreemdelingenwet
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, vroeg asiel aan op grond van zijn seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen. De minister wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank bevestigt dat de minister niet in strijd met het Unierecht heeft gehandeld en dat de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid onvoldoende is onderbouwd.
De rechtbank betreurt het gebruik van generatieve AI (ChatGPT) door de gemachtigde bij het opstellen van het beroepschrift, wat leidde tot onjuiste jurisprudentieverwijzingen die vanaf pagina 9 buiten beschouwing zijn gelaten. De rechtbank benadrukt de verantwoordelijkheid van procespartijen om de juistheid van aangehaalde jurisprudentie te verifiëren.
De beoordeling van de seksuele gerichtheid vond plaats aan de hand van de Werkinstructie 2019/17, waarbij rekening is gehouden met de culturele achtergrond van eiser. Desondanks gaf eiser onvoldoende inzicht in zijn persoonlijke beleving, zelfacceptatie en relaties. Ook het ontbreken van kennis over LHBTI-organisaties in Marokko werd meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet het voordeel van de twijfel toekomt en dat het terugkeerbesluit niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of de Terugkeerrichtlijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.