ECLI:NL:RBDHA:2026:9515
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag DRC
Eiser, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die zijn afgewezen of niet in behandeling zijn genomen. De huidige opvolgende aanvraag is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen nieuwe relevante elementen heeft aangevoerd die het eerdere besluit kunnen beïnvloeden.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van eiser over zijn broer die bij een gewapende groepering zou zitten, niet kan afdoen aan eerdere besluiten, mede omdat eerdere verklaringen van eiser hierover tegenstrijdig zijn. Verweerder heeft terecht gewezen op het ontbreken van concrete aanwijzingen en het feit dat de aanvraag mogelijk is ingediend om uitzetting te frustreren.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat het terugkeerbesluit en inreisverbod rechtsgeldig zijn. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 15 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.