ECLI:NL:RBDHA:2026:9515
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag DRC
Eiser, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die zijn afgewezen of niet in behandeling zijn genomen. De huidige opvolgende aanvraag is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen nieuwe relevante elementen of bevindingen heeft aangevoerd die het eerdere besluit kunnen beïnvloeden.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van eiser over zijn broer die bij een rebellenbeweging zou zitten, niet kan afdoen aan eerdere besluiten, mede omdat eerdere verklaringen van eiser hierover tegenstrijdig zijn. Verweerder heeft terecht gewezen op het ontbreken van concrete aanwijzingen en het feit dat de aanvraag is ingediend tijdens bewaring, wat kan duiden op het frustreren van uitzetting.
De rechtbank volgt niet het standpunt van eiser dat verweerder het toetsingskader onjuist heeft toegepast of dat er ambtshalve toetsing van artikel 3 EVRM Pro had moeten plaatsvinden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.