ECLI:NL:RBDHA:2026:9481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens schending hoorplicht en onvoldoende belangenafweging
Eiser, die minderjarig was bij zijn asielaanvraag in 2019, kreeg aanvankelijk een afwijzing en terugkeerbesluit opgelegd. Na diverse procedures, waaronder een herzieningsverzoek naar aanleiding van het arrest T.Q., verleende de minister met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning onder tijdelijke humanitaire gronden voor de periode 2019-2021, maar weigerde een vergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro en legde een nieuw terugkeerbesluit op.
De rechtbank oordeelt dat de minister eiser ten onrechte niet heeft gehoord voorafgaand aan het besluit, terwijl het horen essentieel is voor een juiste belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro. De minister baseerde zich op oude verklaringen uit 2019 en heeft geen actuele situatie onderzocht, ondanks dat eiser relevante nieuwe omstandigheden had gemeld.
Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd dat eiser een gevaar voor de openbare orde vormt, aangezien hij niet veroordeeld is voor een misdrijf maar slechts voor overtredingen. De rechtbank vernietigt het besluit wegens strijd met de hoorplicht en onvoldoende motivering en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering van de belangenafweging onder artikel 8 EVRM.