ECLI:NL:RBDHA:2026:9446
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. Eerder had de rechtbank Zwolle het eerste beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak en het opleggen van een dwangsom heeft de minister nog steeds geen besluit genomen. Eiser stelde daarom een tweede beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat dit beroep ontvankelijk en gegrond is, omdat de minister de beslistermijn opnieuw heeft overschreden.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een nieuwe dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.