Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
€ 1.868,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jezidi uit Irak, diende op 23 mei 2023 een asielaanvraag in die op 2 december 2025 werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank behandelde het beroep op 29 januari 2026. Eiser vreesde terugkeer vanwege discriminatie, gevechten in zijn regio en benaderingen door de PKK om zich aan te sluiten.
De minister erkende de discriminatie maar vond deze niet ernstig genoeg voor vervolging en betwijfelde de rekrutering door de PKK. Ook vond de minister dat eiser geen reëel risico liep op ernstige schade volgens artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 en artikel 3 EVRM Pro, mede vanwege toegang tot medische zorg en werk in vluchtelingenkampen.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het risico op ernstige schade ontbrak, met name omdat recente landeninformatie en het nieuwe thematisch ambtsbericht onvoldoende waren betrokken. Ook was onvoldoende onderzocht of het vluchtelingenkamp waar eiser verbleef gesloten was. De rechtbank vernietigde het besluit en veroordeelde de minister in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op ernstige schade bij terugkeer.