Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil6. In geschil is of de verhuur van squash- en padelbanen aan particuliere sporters is aan te merken als het gelegenheid geven tot sportbeoefening in de zin van Tabel I, post b3, van de Wet OB en aldus belast is tegen het verlaagde tarief van 9%, of dat deze ingevolge artikel 11, eerste lid, onder b, van de Wet OB als vrijgestelde verhuur dient te worden aangemerkt. Daarnaast is in geschil of sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel.
€ 666, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor van 1). Gelet op artikel 3, eerste lid, van het Bpb kent de rechtbank eiseres in onderhavige zaak de helft van dit bedrag toe (€ 1.600).