Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
hierna te noemen: [minderjarige] .
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.De verzoeken
Verzoek II
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De moeder verzocht de rechtbank om de gecertificeerde instelling die belast is met de ondertoezichtstelling over haar minderjarige kind te vervangen. Tevens deed de gecertificeerde instelling een mondeling verzoek tot beëindiging van de ondertoezichtstelling. De rechtbank nam kennis van eerdere beslissingen, waaronder de verlenging van de ondertoezichtstelling tot 19 februari 2027 en een spoedmachtiging tot gesloten plaatsing van de minderjarige.
De gecertificeerde instelling stelde dat de ondertoezichtstelling niet meer uitvoerbaar is vanwege uitgeputte mogelijkheden en het ontbreken van samenwerking met de moeder, die bovendien grensoverschrijdend gedrag vertoont. De moeder steunde het verzoek tot beëindiging. De rechtbank oordeelde echter dat ondanks de zorgen over de opvoedsituatie en de psychische problematiek van de moeder, de ondertoezichtstelling nog steeds noodzakelijk is om de ernstige ontwikkelingsbedreiging weg te nemen en de veiligheid te monitoren.
Ten aanzien van het verzoek tot vervanging van de gecertificeerde instelling stelde de rechtbank vast dat het gebrek aan vertrouwen van de moeder niet betekent dat de instelling haar taken verwaarloost. Vervanging zou leiden tot verlies van dossierkennis en vertraging, wat niet in het belang van de minderjarige is. De rechtbank wees beide verzoeken af en gaf de gecertificeerde instelling de aanbeveling het Landelijke Expertise Team in te schakelen vanwege de belastende situatie.
Uitkomst: Verzoeken tot vervanging van de gecertificeerde instelling en beëindiging van de ondertoezichtstelling worden afgewezen.